De gave van Profetie

DE GAVE VAN PROFETIE

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviéra

Dikwijls meent men dat de gave van profetie de bekwaamheid is om te
prediken. In wezen is het iets heel anders. Een prediking wordt tevoren
overdacht, naar aanleiding van Gods woord. Profeteren is de woorden uitspreken die de Heilige Geest op dat ogenblik inspireert, terwijl men van te
voren niets daarvan weet.
De gave van profetie is de van God gegeven bekwaamheid om in onze eigen
taal een boodschap uit te spreken, uit het hart van God, voor het volk. Zo’n
boodschap is altijd tot opbouw van de gemeente.

“Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend.”  (1 Cor. 14:3).

Wat is het heerlijk dat de Heer ons wil toespreken met bemoedigende,
opbouwende woorden. Wat hebben wij deze bemoedigingen nodig in de
wereld waarin wij leven, vol verdrukking en strijd. De satan gaat rond als een
brullende leeuw en hij zal proberen de mensen tegen ons op te zetten en ons
het werken voor de Heer en het getuigen onmogelijk te maken. Komen wij
dan in een samenkomst, waar de gaven van de Geest worden gebruikt, dan
ontvangen wij nieuwe kracht door de woorden des Heren, die Hij door middel
van de profetieën of tongen met vertolking tot ons richt. Ook het vermanen,
wat de Heer doet, is niet een dreiging met oordelen of vervloeking, maar
veeleer een aansporing om in de kracht van Jezus Christus voort te gaan, meer
in de overwinning te gaan staan, meer te strijden en te getuigen. Misschien
zegt u dat in de bijbel toch vele profetieën te lezen zijn van oordeel en straf.
Inderdaad, de Heer spreekt veel over duisternissen en oordelen die zullen
komen, maar niet voor de kinderen van God. Voor hen is alle straf door Jezus
weggedragen en zij mogen Zijn gerechtigheid dragen en in Zijn overwinning
staan tegenover al de werken van de boze. “De straf, die ons de vrede
aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”
(Jes. 53: 5b).

Hoe groot is de liefde van God voor Zijn schepselen. Alle straf
over de zonde heeft Jezus voor ons gedragen en wij ontvangen nu alleen
zegen en goede gaven van onze God. Alles wat de 29 Heilige Geest schenkt is
tot onze zegen en opbouw. Hoeveel malen mochten wij, als wij ontmoedigd
door allerlei strijd en teleurstelling in de samenkomst kwamen, weer helemaal bemoedigd en blij worden, door de liefdevolle woorden van de Heer die Hij
sprak in de aanbiddingsdienst. “Alles moet tot stichting geschieden” (1 Cor.
14: 26b) Hieraan kunnen wij de profetieën van de Heer altijd proeven, zij
hebben deze drie eigenschappen: stichtend, vermanend, bemoedigend.
Stichtend wil zeggen: gericht op de opbouw van het geloof, vermanend is
aansporend tot hoger doel, bemoedigend is moed gevend en ook, zoals de
oude vertaling het noemt: vertroostend. Lees de bemoedigende toon in de
boodschap van God in Luc. 1: 13-17 en 28-38! Deze beide boodschappen van
God werden uitgesproken door een engel. In Luc. 1: 42-45 lezen wij de
opbouwende woorden die Elisabeth door de Heilige Geest tot Maria spreekt.
Verder lezen wij in vers 46-55 een wonderbare lofprijzing door Maria geuit.
Als wij deze vergelijken met de lofzang van Hanna, de moeder van Samuël, in
1 Samuël 2 : 1-10, dan proeven en herkennen wij dat het dezelfde Geest is die
inspireert. Na de geboorte van Johannes de doper, wordt zijn vader Zacharias
vervuld met de Heilige Geest en begint te profeteren. In Luc. 1 : 67 -79 lezen
wij zijn geïnspireerde uiting die met een lofprijzing begint en overgaat in een
profetisch woord over het kind. Dit is een voorbeeld van een zegening over
een klein kind, evenals in Luc. 2: 29-35 over het Kind Jezus. Voorbeelden van
profetieën uit de bijbel “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een
ieder te vergelden, nadat zijn werk is. Ik ben de Alpha en de Oméga, de eerste
en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat
zij recht mogen hebben op het geboomte des levens … ” (Openb. 22: 12-14).
“Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik
sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.”
(Jes. 41 : 10). ” … Maar gij zult juichen in den Here, u beroemen in den 30
Heilige Israëls. ” (Jes. 41 : 16b). ,,O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij
die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder
prijs wijn en melk … Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve.”
(Jes. 55: 1-3). “En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des
levens om niet.” (Openb. 22 : 17b).

Er is niets wat zozeer ons geloof versterkt en ons bemoedigt als het luisteren
naar de woorden van de Heer. Er zijn er die zeggen dat de Heer in het Nieuwe
Verbond niet meer in de “Ik” -vorm tot Zijn volk spreekt, maar in de bijbel
lezen wij dat de Heer ook in het Nieuwe Testament spreekt op dezelfde wijze
als vroeger. Door de Heilige Geest geïnspireerd, herhaalt Petrus op de
pinksterdag de woorden van Joël: “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt
God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; … IK zal in die dagen
van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in
den hemel boven en tekenen op de aarde beneden.” (Hand. 2 : 17, 18, 19). Bij
de verschijning aan Paulus op weg naar Damascus spreekt de Heer: Saul,
Saul, waarom vervolgt gij Mij? . . “Ik ben Jezus, dien gij vervolgt.” (Hand. 9:
4b, 5). Later openbaart de Heer Zich in een gezicht aan Ananias en zegt: “Ga,
(naar Saulus) want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te
brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israëls; want Ik zal hem
tonen, hoeveel hij lijden moet ter wille van mijn naam.” (Hand. 9: 15). Zo ook
krijgt Petrus een gezicht en een woord van de Heer, wanneer hij geroepen
wordt om het evangelie aan de eerste groep uit de heidenen te verkondigen.
De Geest spreekt tot Petrus: “Zie, twee mannen zoeken naar u; sta dan op, ga
naar beneden en reis, zonder bezwaar te maken, met hen mede, want Ik heb
hen gezonden.” (Hand. 10 : 20). Soms is het een engel, soms een mens, die de
boodschap brengt, maar het zijn woorden van de Heer: Zo spreekt de Heer.
“Het getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” (Openb.19:10b). 31

Het zich richten naar profetieën

De profetieën speelden een belangrijke rol in het leven van de eerste
christenen. Paulus schrijft aan Timótheüs dat hij zich moet richten naar de
profetieën die over hem zijn uitgesproken; als hij dit niet doet zal zijn geloof
schipbreuk lijden. “Deze opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timótheüs,
overeenkomstig de profetieën, die vroeger aangaande u zijn uitgesproken,
opdat gij, u daarnaar richtend, den goeden strijd strijdt met geloof en met een goed geweten. Omdat sommigen dit hebben verworpen, heeft hun geloof
schipbreuk geleden.” (1 Tim. 1 : 18, 19). Zelf weet Paulus zich gezonden door
de woorden van de Heer. “En terwijl zij vastten bij den dienst des Heren, zeide
de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk,
waartoe Ik hen geroepen heb.” (Hand. 13: 2). “Want zo heeft de Here
geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt
zijn tot aan het uiterste der aarde.” (Hand. 13: 47).

Geen waarzeggerij

God geeft ons de geestelijke gaven voor geestelijke zaken. Misbruik die gaven
niet als een soort waarzeggerij. Het wordt soms gebruikt om leiding aan
anderen uit te delen zoals b.v. wanneer u moet vasten, wie u trouwen moet,
enz. alsof degene die de gaven van de Geest bezit een middelaar is. Men is
dikwijls geneigd om over allerlei zaken het woord van God te vragen. Laat u
nooit verleiden om uw gaven op deze wijze te misbruiken. Dit leidt alleen tot
fanatisme en tot overheersing van de een over de ander. Er zijn kringen waar
degene die de gaven bezitten alles te zeggen hebben, zij overheersen de hele
gemeente. Alles wat “gavendragers” of “profetessen” uitspreken, wordt
aangenomen als het woord van de Heer, waaraan iedereen angstvallig
gehoorzaamt. De vreselijkste toestanden komen daaruit voort. Daarvoor is de
gave van profetie niet gegeven. De Heer wil ons allen persoonlijk leiden,
doordat Hij Zijn wil in ons hart bekend maakt. Voor ons, kinderen van het
Nieuwe Verbond geldt dit woord: “Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en
die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een 32 God zijn en zij zullen Mij tot
een volk zijn.” (Jer. 31: 33b, 34).
Door de Heilige Geest wil de Heer aan elk van Zijn kinderen persoonlijk Zijn
leiding en Zijn wil openbaren, zonder tussenpersoon. Wel wil de Heer ons
dikwijls door een woord in de aanbiddingsdienst bevestigen, dat datgene wat
Hij in ons hart gelegd heeft waarlijk Zijn wil is. Als wij allen er naar streven
om de gaven van de Geest te ontvangen en goed te gebruiken, zullen wij nooit tot deze mistoestanden komen als boven beschreven. Mogen allen profeteren?
Gods Woord zegt: “Ik wilde wel dat gij allen in tongen spraakt, maar liever
nog, dat gij profeteerdet.” (1 Cor. 14: 5). De Heer wil dus het liefst dat wij
allen profeteren. Ook maakt Gods woord het duidelijk dat wij allen kunnen
profeteren. “Want Gij kunt allen één voor één profeteren, opdat allen lering
en allen opwekking er door ontvangen.” (1 Cor. 14: 31).
Het verlangen van God wordt hier dus zeer duidelijk gemaakt. De Heer wil
graag dat wij allen zullen profeteren en Hij geeft ons ook de bekwaamheid
zodat wij het allen kunnen doen.

De bediening niet hetzelfde als de gave

De gave van profetie maakt ons niet tot een profeet. Een profeet is een
persoon met een speciale bediening. In Epheze 4 worden de vijf bedieningen
genoemd, die de Heer heeft aangesteld om het Woord van God te prediken in
de gemeente. “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel
evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot
dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.” (Eph. 4 : 11).
De bediening van de profeet is o.a. om een prediking of lering te brengen in
de gemeente naar aanleiding van een openbaring of inzicht in Gods Woord. In
de gemeente van Corinthe was verwarring ontstaan. Vele mensen meenden
dat zij profeten waren. Zij wilden allen een prediking brengen in de
samenkomst, maar konden daarbij niet wachten tot de ander uitgesproken was.
Dit was niet meer een streven om zo goed mogelijk de gemeente te stichten,
maar een drang om elkander te overtroeven. In deze gemeente moest het
spreken van de profeten tot de goede orde worden teruggebracht. Daarom
schrijft Paulus: “Wat de profeten betreft, twee of drie mogen het woord
voeren, en de anderen moeten het beoordelen. Maar indien aan een ander die
daar gezeten is, een openbaring ten deel valt, moet de eerste zwijgen.” (1 Cor.14: 29,30). Hieraan kunt u zien dat de Heer Zijn woorden en openbaringen in de samenkomst van de gemeente wil geven.

Wat men in de gemeente aan openbaringen, die men thuis ontvangen heeft,
meent te moeten brengen, dient te worden beoordeeld of dit uit God is. Wat de
gave van profetie echter betreft: niet alleen de profeten, maar allen kunnen
profeteren. Niet door elkaar maar één voor één, de een nà de ander. Niemand
behoeft te zeggen: Ik kon niet wachten met het uitspreken van een profetie, ik
moest op dat moment het uitspreken, de Heilige Geest dwong mij daartoe. Ik
zeg u: God is een God van orde en wil niet dat wij dóór het profeteren of
prediken van een ander heen, met onze boodschap komen. Wij moeten
wachten tot de ander uitgesproken is. “Want gij kunt allen één voor één
profeteren, opdat allen lering en allen opwekking er door ontvangen. En de
geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God
van wanorde, maar van vrede.” (1 Cor. 14: 31-33).
In de gemeente van Corinthe waren mensen, die zichzelf tot profeet of
profetes uitriepen en alleen verwarring brachten, maar geen opbouw. Daarom
schrijft Paulus: “Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn,
laat hij dan wèl weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is.” (1
Cor. 14: 37).

De vrouw in de gemeente

Als wij uit dit alles zien in welk een verwarring Paulus weer de goede orde
tracht terug te brengen, dan verstaan wij ook beter waarom Paulus de vrouwen
het spreken in de gemeente verbiedt. Het was vanwege de grote wanorde die
daar heerste en het elkander willen overheersen, dat vooral de vrouwen tot de
orde moesten worden geroepen en zelfs verwezen naar de wet (1 Cor. 14: 34).
Paulus schrijft op vele plaatsen in zijn brieven, dat kinderen Gods vrij zijn van
de wet. “Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Rom. 6:14b). ” … Dat de wet niet gesteld is voor den rechtvaardige, maar voor de
wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars.” (1 Tim. 1 : 9).
Doordat zij niet geestelijk waren, maar vleselijk (1 Cor. 3 : 2b), moest Paulus
door allerlei voorschriften de orde en de harmonie in de gemeente herstellen.
Wanneer wij geestelijk zijn en ons volkomen door de Heilige Geest laten
leiden, dan is er geen andere wet meer dan de leiding van de Heilige Geest.
“Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus vrij gemaakt van de
wet der zonde en des doods.” (Rom. 8 : 2).
Voor de geestelijke mens is er geen verschil tussen man en vrouw, maar zal
geen van beiden de ander overheersen. Als de Geest de leiding heeft, zal ieder
op de plaats waar God hem of haar gesteld heeft, er naar streven om zo goed
mogelijk de gemeente te dienen. “Want gij zijt allen zonen van God, door het
geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u
met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of
vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus
Jezus.” (Gal. 3: 26). Voor de geestelijke mens is er geen verschil in man of
vrouw en valt dus ook het verbod om te spreken weg.
In de tijd van Handelingen waren er ook profetessen die hun plaats in de
gemeente innamen (Hand. 21 : 9).

In geloof

Veelal wordt gemeend dat men moet wachten op een drang van de Heilige
Geest, voordat men kan profeteren. Maar Gods Woord zegt: Gij kunt allen één
voor één profeteren. Wij behoeven nergens meer op te wachten, maar mogen
in geloof handelen op het Woord van God. “Hoe staat het dan, broeders?
Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets: een psalm of een lering of een
openbaring of een tong of een uitlegging; dat alles moet tot stichting
geschieden.” (1 Cor. 14: 26). De Heilige Geest geeft aan ieder iets, alles tot
stichting van de gemeente. Nu gaat het er om of wij de Heer vertrouwen op Zijn woord en in geloof datgene wat wij ontvangen hebben, uitspreken in de gemeente.

Het gebruiken van alle gaven van de Geest, maar vooral het profeteren, is
handelen in geloof In Romeinen 12 wordt het één en ander gezegd over de
bedieningen en de gaven, maar speciaal van het profeteren staat er dat het is
door geloof “Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons
gegeven is: profetie, naar gelang van ons geloof.” (Rom. 12 : 6).
Het profeteren van de aartsvaders over hun zonen en kleinzonen, aan het eind
van hun leven, wordt ons in de Hebreeënbrief vermeld bij de daden van de
geloofshelden. “Door het geloof heeft Izaäk aan Jakob en Ezau zijn zegen
gegeven, ook voor de toekomst.” (Hebr. 11 : 20). “Door het geloof heeft Jakob
bij zijn sterven ieder der zonen van Jozef gezegend.” (vers. 21). Niemand
behoeft bevreesd te zijn. Als wij God bidden om een woord dan is Hij de
goede Vader die Zijn kinderen geen stenen geeft voor brood. “Want een ieder
die bidt, ontvangt.” (Matth. 7 : 8). “Of welk mens onder u zal, als zijn zoon
hem om een brood vraagt, hem een steen geven?” (vers. 9). “Indien dan gij,
hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te
meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom
bidden.” (vers. 11). Wij moeten de Heer voor deze dingen vertrouwen.
Christus woont in ons. Hij is het Woord Gods (Joh. 1: 1 : 14). “Niet meer mijn
ik, maar Christus leeft in mij .” (Gal. 2 : 20b).

Onder het Oude Verbond was alles niet zo eenvoudig. Wij lezen van de
profeet Bileam, dat hij eerst de berg opklimt om een ontmoeting met de Heer
te hebben en pas daarna kan hij het woord spreken wat God in zijn mond legt
(Num. 23). Mozes beklom de Sinaï om temidden van vuur en geweld, van
rook en aardbeving het woord Gods voor Israël te ontvangen (Ex. 19 en 20).
Maar, prijst God, wij behoeven niet meer tot de hemel op te klimmen om de
woorden Gods van boven te halen; het “Woord Gods”, Jezus, is tot ons
afgedaald. Door de uitstorting van de Heilige Geest is het Woord voor eeuwig in ons hart gelegd. “Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen?
namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in den afgrond nederdalen?
namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen. Maar wat zegt zij? (het
geloof:) Nabij u is het woord in uw mond en in uw hart.” (Rom. 10 : 6b-8).
Het is raadzaam dat wij voor het uitspreken van een profetie ons geloof
opbouwen en ons reinigen van eigen willen en denken, door het bidden in de
Geest.

Veracht de profetieën niet

Wij mogen vooral de profetieën niet onbelangrijk achten. “Dooft den Geest
niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede.” (1
Thess. 5 : 19, 20). Toetsen is: vergelijken met de bijbel. Ga nooit toetsen of
beoordelen naar uw eigen gevoel of verstand. Wij moeten hier heel
voorzichtig mee zijn. Wanneer wij de profetieën, door Gods Geest
geïnspireerd, verwerpen of minachten, dan doven wij de Heilige Geest uit. Het
is beter om alles kinderlijk eenvoudig van de Heer aan te nemen, dan dat wij
één woord van God zouden verwerpen, waardoor wij de Geest zouden
bedroeven en uitdoven. Vertrouw er op dat de Heilige Geest alles uitdeelt
zoals Gods Woord het zegt: “Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die
een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.” (1 Cor. 12 : 11). “Dit moet
gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging
toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit den wil van een mens, maar,
door den heiligen Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.”
(2 Petr. 1 : 20, 21).
Wanneer iets niet terstond begrepen wordt, vraag aan de Geest van Christus het u te
verklaren, Hij is de Auteur. Hij zal alles duidelijk maken. Het is wonderbaar
om er op te letten hoe de Heer Zijn woorden letterlijk in vervulling doet gaan.
God staat achter Zijn woorden en Hij volvoert ze ook. “Ik waak over mijn
woord om dat te doen.” (Jer. 1 : 12). “En wij achten het profetische woord daarom des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die
schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster
opgaat in uw harten.” (2 Petr. 1 : 19).

Ook de profeten van het Oude Verbond hebben geprofeteerd om ons, de
gemeente van de eindtijd, te dienen.
“Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u
bestemde genade geprofeteerd hebben, terwijl zij naspeurden, op welken of
hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis
gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid
daarna. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die
dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door den
Heiligen Geest, die van den hemel gezonden is, u het evangelie hebben
gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.” (1 Petr. 1 :
10-12).

Streeft er naar om te profeteren De Heer wil dat de woorden van God
veelvuldig zullen ‘klinken op aarde in deze eindtijd. Wij lezen dit op vele
plaatsen in de bijbel. “En uw zonen en uw dochters zullen profeteren.” (Hand.
2 : 17b). “Ja zelfs op mijn dienstknechten en mijn dienstmaagden zal Ik in die
dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.” (vers. 18). Het is
zelfs in zekere zin waar, dat God wordt opgehouden om Zijn plannen te
volvoeren, als er niemand meer gevonden wordt die de woorden Gods spreekt.
“Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn
knechten, de profeten.” (Amos 3 : 7).
Aan alles wat gebeurt in onze tijd, kunnen wij zien dat de tijd ten einde
spoedt, zowel in wat gebeurt in de gemeente, als in wat gebeurt in de wereld.
De Heer doopt dagelijks met Geest en vuur en steeds meerderen profeteren,
over de gehele wereld.

Niet profeteren voor ons zelf

Misbruik de gave van profetie niet, door voor uzelf woorden te gaan
uitspreken. De Heer geeft dit weleens en dat is heerlijk, maar wij moeten hier
geen gewoonte van maken of leiding zoeken langs deze weg. Wij moeten de
gaven gebruiken voor het doel waar God ze voor gegeven heeft, n.l. tot
stichting van de gemeente. Soms gebruikt de Heer de profetie om de
ongelovige te overtuigen. “Maar als allen profeteren (of tongen met
vertolking spreken wat hieraan gelijk is) en er komt een ongelovige of
toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen
doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter
aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden
is.” (1 Cor. 14: 24, 25).
Het is duidelijk gebleken dat die gemeenten vol zijn van de kracht van God,
waar men begint met een aanbiddingsdienst, waarin men door Gods Geest
geïnspireerd de woorden des Heren uitspreekt en men antwoordt met
lofprijzing om Hem te eren. Is het niet de hoogste vorm van aanbidding, als
wij met eerbied luisteren naar de woorden die Hij tot ons spreekt? De gave
van profetie is voor alle vervulde gelovigen “Jaagt de liefde na en streeft naar
de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren.” (1 Cor. 14: 1). “Ik
wilde wel dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij
profeteerdet.” (vers. 5). “Want gij kunt allen één voor één profeteren opdat
allen lering en allen opwekking er door ontvangen.” (vers. 31). “Zo dan, mijn
broeders streeft er naar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen
niet.” (vers. 39). “Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden.” (vrs.
40).

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s