De gave van het Woord van Wijsheid

DE GAVE VAN HET WOORD VAN WIJSHEID

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviéra

Evenals de gave van tongen onvolledig is in haar werking tot stichting en opbouw van gemeente zonder de gave van vertolking van tongen, zo is ook de gave van het woord van kennis onvolledig zonder de gave van het woord van wijsheid. Wat is de gave van het woord van wijsheid? Zoals alle gaven van de Geest is zij bovennatuurlijk en werkt dus niet door ons verstand. Ook de werkingen en producten van deze gave worden ons toebedeeld door de Heilige Geest (1 Cor. 12: 11). Door de gave van kennis maakt God ons dingen bekend waarvan wij met ons natuurlijk verstand niets weten; door de gave van wijsheid openbaart God ons wat wij moeten doen of spreken, nadat Hij ons de dingen heeft getoond. Nadat God aan Jozef had bekend gemaakt dat zeven jaren van overvloed en zeven jaren van hongersnood zouden komen over het land Egypte, gaf God hem door een woord van wijsheid te kennen wat Farao moest doen om het volk van de hongerdood te redden (Gen. 41 : 33-36). Door deze wijze raad werden niet alleen de Egyptenaren bewaard, maar God ging ook daardoor Zijn plan met Israël volvoeren.

De profeet Daniël gaf aan koning Nebukadnezar, door het woord van wijsheid, de raad, wat hij moest doen om het oordeel, wat God door een woord van kennis had geopenbaard te ontgaan (Dan. 4 : 27). In het bijzonder geeft de Heer deze gave aan mensen die Hij aanstelt om een volk te leiden. Jozua ontving deze gave door handoplegging van Mozes. “Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest der wijsheid, want Mozes had zijn handen op hem gelegd.” (Deut. 34 : 9) In Num. 27: 18-23 wordt beschreven hoe hij deze gave onder handoplegging van Mozes ontving. Koning Salomo vroeg God kennis en wijsheid om het volk Israël te leiden. De bijbel geeft ons een voorbeeld van deze gave in werking, bij een moeilijke rechtspraak: Eens kwamen twee vrouwen bij de koning met een levend en een dood kindje, er was niemand die kon vertellen aan wie het levende en aan wie het dode kindje behoorde. Geen getuigen en geen wetten konden hier helpen, maar door een woord van wijsheid wist Salomo wat hij moest doen. Door de woorden: “Haal mij een zwaard en snijdt het levende kind in tweeën,” werd aanstonds openbaar wie de moeder van het levende kind was. Het gehele volk moest daarop erkennen, dat in de koning de wijsheid Gods was om recht te doen (1 Kon. 3: 16-28).

Door de gave van wijsheid, worden wij dikwijls geleid om in precies dezelfde nood een geheel ander antwoord te geven. Bij de dood van Lazarus komen Martha en Maria met dezelfde nood bij Jezus. Beiden spreken het uit met de woorden: Here, indien gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn. In Zijn antwoord aan Martha leidt de Heer haar tot geloof in de Heer van leven en dood en zij belijdt haar geloof in Hem als de Christus, de Zoon van God. Bij Maria behoeft Hij dit niet te doen, zij had al eerder “Het goede deel uitgekozen” (Luc. 10: 42). Zijn antwoord aan haar is verbolgenheid tegen de macht van de dood en de opwekking van Lazarus (Joh. 11: 21-44). Als de Heer ons door een woord van kennis een ernstige ziekte openbaart, dan zullen wij het in het ene geval moeten uitspreken, in het andere niet. Wanneer iemand weet wat zijn ziekte is, dan zal hij erdoor worden opgebouwd, als hij hoort dat de Heer zijn ziekte openbaart aan de knecht van God die hem bedient.

Daarentegen, als iemand niet weet welke ernstige kwaal hij heeft en wij zouden het uitspreken, b.v.: “U hebt kanker” of” U hebt een hartkwaal” dan zou de patiënt zo schrikken, dat hij niet in staat zou zijn genezing te ontvangen. Na de bediening zal hij nog steeds denken: “O, ik heb kanker” of “O, ik ben hartpatiënt.” Door de grote schok zou hij helemaal vergeten dat de Heer het alleen openbaarde om het weg te nemen. Daarom kan de Goddelijke wijsheid ons dikwijls duidelijk maken dat wij de naam van de ziekte niet moeten noemen, of met heel voorzichtige woorden de zieke iets duidelijk maken, wat tot opbouw van zijn geloof kan dienen. Vooral als de Heer ons zonden toont die de genezing in de weg staan, zullen wij het niet mogen uitspreken in de samenkomst, maar meestal zal de Heer ons duidelijk maken dat wij onder vier ogen verder zullen bedienen. Soms moeten wij de mensen die voor genezing komen, eerst tot Jezus leiden, zodat zij Hem kennen als hun Verlosser en Zaligmaker. Wanneer zij dan een kind van God geworden zijn, hebben zij recht op genezing, want genezing is het brood der kinderen (Matth. 15 : 26).

Een andere maal leidt de Heer er ons toe om te zeggen: “Als de Heer u nu geneest, zult u dan uw leven aan Hem geven?” De Heer wil door wonderen en tekenen Zijn heerlijkheid bekend maken, waardoor zielen worden getrokken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Zo zegt Jezus ook soms tot een zieke eerst: “Mens, uw zonden zijn u vergeven” en later “Sta op en wandel”, om daarmede te bewijzen dat Hij op aarde macht heeft de zonden te vergeven (Luc. 5 : 20-26). Eenmaal zegt Hij tot een man die achtendertig jaar krank geweest is en door Hem genezen is: “Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome.” (Joh. 5: 14). Hiermede bewijzende dat de ziekte het gevolg is van de zonde.

Een andere maal, als de blindgeborene bij Jezus gebracht wordt en Hem de vraag wordt gesteld: “Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?” (Joh. 9 : 2). Antwoordt Jezus: “Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.” (Joh. 9: 3). Ook wij moeten evenals Jezus: werken de werken desgene die ons gezonden heeft, zolang het dag is (vers. 4) en niet ons bezighouden met de zonden van de mensen. Want gelijk de Vader Jezus gezonden heeft, zendt Hij ook ons (Joh. 20: 21).

Wanneer de Farizeeërs met een strikvraag bij Jezus komen, antwoordt Hij hen soms door de gave van wijsheid met een wedervraag (Matth. 21 : 23-27). Een andere maal, als zij Hem verzoeken betreffende de schatting, doorziet Hij hun valsheid en antwoordt hen met een woord van wijsheid: “Geeft dan den keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is.” (Luc. 20 : 25). Door Zijn woorden van wijsheid konden zij Hem niet vangen op een woord (vers. 26) en dikwijls durfde niemand Hem meer iets vragen. Is het geen Goddelijke wijsheid waardoor Jezus wordt geleid, als de overspelige vrouw bij Hem wordt gebracht? (Joh. 8 : 3-11). De wet van Mozes gebiedt dat zij gestenigd moet worden en de wet is uit God. Zie hoe Jezus de huichelaars aan de kaak stelt door het woord: “Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar.” (Joh. 8 : 7). Let ook op de samenwerking van het woord van kennis en wijsheid in het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw. Zo moeten wij ook in onze bediening, in onze gesprekken, bij strikvragen, zelfs bij het beantwoorden van brieven, voortdurend bidden om kennis en wijsheid. Niet wat de mensen ons zeggen, maar wat de Heer toont is de waarheid. Niet wat wij met ons verstand of gevoel zouden antwoorden, maar wat de Heer ons geeft uit te spreken, is het woord van wijsheid. De ongelovige hogepriester Kajafas spreekt door de Heilige Geest het woord: “Gij weet niets, en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat.” (Joh. 11: 50). Zo legt ook de Heilige Geest in de mond van Gamaliël het woord van wijsheid: “Indien dit streven of dit werk uit mensen is, zal het vernietigd worden, maar indien het uit God is, zult gij het niet kunnen vernietigen.” (Hand. 5 : 38, 39).

In onze vergaderingen zou alles heel anders worden als allen zich lieten leiden door de Geest der wijsheid. De eerste kerk raadsvergadering, ons beschreven in Hand. 15, waar even grote moeilijkheden moesten besproken worden als in de vele vergaderingen die daarna zijn gevolgd, werd de gemeente bewaard voor twisten en scheuringen, doordat allen luisterden naar het woord van wijsheid dat Petrus en Jacobus uitspraken. Bij het woord van Goddelijke wijsheid worden allen stil (vers. 12), terwijl bij de woorden van menselijke wijsheid tegenspraak op tegenspraak komt, want de één weet het altijd beter dan de ander.

Het is raadzamer te zwijgen en in stilte in tongen te bidden en de twistgeesten uit te drijven, dan mee te doen aan discussies. Wanneer wij zo in stilte bidden om de Geest der wijsheid, dan zien wij dat de Heer aan ons of aan een ander een woord geeft uit te spreken, waardoor harten worden bewogen en mensen op de weg der waarheid worden geleid. De Goddelijke wijsheid brengt geen wanorde, maar vrede (l Cor. 14: 33). De wijsheid van beneden en de wijsheid van boven worden in de Jacobusbrief tegenover elkaar gesteld. De wijsheid van beneden is aards, ongeestelijk, duivels. Wekt naijver jaloezie en zelfzucht in de harten en veroorzaakt wanorde en allerlei kwade praktijk (Jac. 3 : 13 -16). “Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.” (Jac. 3 : 17).

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s