DE GAVE VAN HET WOORD VAN KENNIS

DE GAVE VAN HET WOORD VAN KENNIS

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviéra

De gave van het woord van kennis is een bekwaamheid die de Heilige Geest
ons geeft, waardoor wij in staat zijn om een openbaring van God te ontvangen
van iets dat aan ons natuurlijk verstand niet bekend is. Deze bekwaamheid is
niet een vergrote menselijke kennis die wij door studie zouden kunnen
verkrijgen; ook kennis van de bijbel kan men door studie met het natuurlijk
verstand verzamelen. Deze kennis is ons van weinig waarde, als de Heilige
Geest het Woord niet levend maakt. Het waren o.m. de schriftgeleerden, die
de Here Jezus hebben vervolgd en gedood. “Want de letter doodt, maar de
Geest maakt levend.” (2 Cor. 3 : 6b). “Waar blijft de wijze? Waar de
schriftgeleerde? Waar de redetwister van dezen tijd? Heeft God niet de
wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?” (1 Cor. 1 : 20).

Geen helderziendheid

De gave van het woord van kennis is ook geen helderziendheid of
waarzeggerij, want dit is uit de duivel. Wanneer een waarzegger of
helderziende op bovennatuurlijke wijze allerlei dingen weet te openbaren en de toekomst “leest”, dan kunt u er zeker van zijn dat het een geest van satan is
die deze openbaringen geeft. De duivel wil door middel van helderzienden en
waarzeggers u brengen in een toestand van zwaarmoedigheid en angst en u zo
vernietigen naar geest, ziel en lichaam. Gods Woord verbiedt heel duidelijk
ons met deze dingen in te laten. (Lev. 19: 31; 20 : 6; Deut. 18: 10-12). “Want
ieder die deze dingen doet, is den Here een gruwel.” (Deut. 18 : 12).

Geen psychologie

De gave van het woord van kennis is ook geen psychologie. Een onbekeerd
mens kan psychologie studeren. Door deze studie tracht men het zielenleven
van een mens te doorgronden en eventuele conflicten uit de weg te ruimen.
Dit is zeker een lofwaardig streven. Voor een kind van God is er echter een
betere weg. Alleen de Heilige Geest kan de geest en de ziel van een mens
volkomen doorgronden. Het is God alleen die alle noden en gebondenheden
van elk mens kent. Hij is ook de Enige die in alle omstandigheden helpen en
verlossen kan. “Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.”
(1 Cor. 2 : 10 b).

De Goddelijke kennis

De Heilige Geest geeft ons niet de Goddelijke kennis, want dan zouden wij
door deze gave alwetend zijn. Wat ons wordt medegedeeld, is de gave van het
woord van kennis. Dit is een bekwaamheid om juist dat deel van de
Goddelijke kennis te ontvangen dat wij nodig hebben om te weten, hetzij voor
onszelf, hetzij om anderen te helpen. Daarom spreekt de bijbel over “het
woord der kennis” (St.vert.). In de nieuwe vertaling staat “met kennis te
spreken”, maar dit is niet duidelijk vertaald.

Het woord van kennis wordt ons door de Heilige Geest medegedeeld. Hij
maakt iets bekend in ons hart. Het is dus ontvangen voordat het uitgesproken
wordt, in tegenstelling met de gave van profetie, waarbij wij het woord pas
weten als het uitgesproken is. Het is een openbaringsgave. De dingen die de Heer ons door deze gave openbaart, kunnen betrekking hebben op stoffelijke
zowel als op geestelijke zaken, op dingen in verleden, heden of toekomst.
Heel dikwijls openbaart God ons de ziekten van de mensen, soms ook de
zonden of gebondenheden die de genezing in de weg staan, of ook waardoor
iemand belemmerd wordt om de vervulling met de Heilige Geest te
ontvangen. Wij zien ook in het Oude Testament deze gave in werking.

Jozef

Bij Jozef werkte deze gave door middel van uitlegging van dromen. Jozef
werd door God gebruikt om de grote hongersnood, die komen zou, aan de
Farao van Egypte bekend te maken, waardoor een groot volk werd gered van
de hongerdood (Gen. 41: 25-32). Geen van de geleerden en wijzen van Egypte
kon de uitlegging van Farao’s bijzondere droom geven, maar nadat Jozef, de
gevangen slaaf, uit de kerker was gehaald en bij de Farao gebracht, vertelde
hij door Goddelijke openbaring de betekenis van Farao’s dromen. Farao zei
nadat hij zijn dromen had verteld: “En ik heb dit den geleerden gezegd, maar
er is niemand, die het mij kan verklaren. Toen zeide Jozef tot Farao: Farao’s
dromen zijn één; God heeft Farao bekend gemaakt, wat Hij zal doen.” (Gen.
41: 24,25). Nadat Jozef de betekenis van de dromen had verteld, moesten
Farao en zijn dienaren erkennen dat het wijsheid van Gods Geest was, die in
Jozef werkte. “En Farao zeide tot zijn dienaren: Zouden wij iemand kunnen
vinden als dezen, een man, in wien de Geest Gods is? En Farao zeide tot
Jozef: Aangezien God u dit alles bekend gemaakt heeft, is er niemand zo
verstandig en wijs als gij.” (Gen. 41: 38, 39).
De wijsheid en kennis Gods heeft alle wijsheid van mensen tot dwaasheid
gemaakt.

Daniël

Aan Daniël had God wel bijzonder veel bekend gemaakt door dromen en
gezichten. Veel over de tijden der volkeren, over de eindtijd, de antichrist “De gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniël gesproken is”
Matth. 24: 15), het Koninkrijk Gods dat komen zal, om aan alle wereldrijken
een einde te maken. Verschillende dromen worden ons beschreven, die koning
Nebukadnezar kreeg, welke geen enkele wijze of geleerde, geen tovenaar of
bezweerder kon verklaren. In Daniël 2 : 26-45 lezen wij dat zowel de droom
van Nebukadnezar als zijn uitlegging aan Daniël werd getoond, niet omdat hij
meer verstand zou hebben dan de wijzen van de wereld, “Maar er is een God
in den hemel, die verborgenheden openbaart; Hij heeft de koning
Nebukadnezar bekend gemaakt wat in de toekomende dagen geschieden zal.”
(Dan. 2: 28).

Toen Nebukadnezar hoogmoedig was geworden, had God een
oordeel in de zin, om hem tot verootmoediging te brengen. Door een droom,
waarvan Daniël, door een woord van kennis, de betekenis ontving, werd aan
Nebukadnezar medegedeeld, welk oordeel God over hem besloten had. Nog
trachtte Daniël door een wijze raad, een woord van wijsheid (Dan. 4 : 27) de
koning een weg te wijzen waarop hij dit vreselijk oordeel zou kunnen
ontgaan, maar de koning volhardde in zijn hoogmoed en het oordeel voltrok
zich na korte tijd (Dan. 4: 28-36). Door al deze openbaringen had God zich op
een machtige wijze aan Nebukadnezar bekend gemaakt en door hem ook aan
al de volkeren van de wereld, door de brief die Nebukadnezar schreef aan al
de volken, natiën en talen, die op de aarde woonden (Dan. 4) en die hij besloot
met: “Nu roem, verhef en verheerlijk ik, Nebukadnezar, den Koning des
hemels, wiens werken alle waarheid en wiens paden recht zijn, en die hen die
in hoogmoed wandelen, vermag te vernederen.” (Dan. 4: 37).
Later werd aan koning Belsazar een oordeel aangezegd door een hand die
woorden schreef op de wand van het koninklijk paleis. Geen van de wijzen en
waarzeggers kon de koning vertellen wat de vreemde woorden, die op
bovennatuurlijke wijze op de wand waren geschreven, betekenden. Dan werd
Daniël weer tot de koning gebracht en hij ontving door Goddelijke openbaring
de betekenis van het schrift op de wand, waarin God bekend maakte dat Hij
aan de goddeloze regering van Belsazar een einde maakte.

Samuël

Bij de profeet Samuël, de ziener, lezen wij (I Sam. 9 : 15 -27 en Sam. 10) hoe
God hem openbaarde dat Saul de toekomstige koning zal zijn, ook dat Saul tot
hem zal komen en op welke tijd. Ook zijn bezorgdheid over de zoekgeraakte
ezelinnen, waar deze ezelinnen waren en verder wat hem zal wedervaren, als
hij van Samuël zal zijn weggegaan. Nog vele andere dingen werden aan
Samuël geopenbaard, reden waarom men hem ook ziener noemde. Ook bij
andere profeten zien wij deze openbaringen van de Heilige Geest. Dikwijls
lezen wij de uitdrukking “Het woord des Heren kwam tot hem” (1 Kon. 17 : 2;
8 e.a.). Over het algemeen is het geen hoorbaar geluid waarmee de Heer tot
ons spreekt, maar het woord des Heren komt tot ons in ons hart.

Elia

Door een woord van kennis wist Elia dat God hem in de tijd van droogte en
hongersnood wilde beschermen en voeden aan de beek Krith. De raven
brachten hem daar brood en vlees en hij dronk uit de beek. Later, toen de beek
uitdroogde, maakte de Heer hem bekend dat hij naar Sarfath moest gaan, waar
de Heer een weduwe had beschikt om hem te verzorgen (I Kon. 17 : 2-9).
Elisa Ook bij Elisa zien wij allerlei openbaringen door de Heilige Geest.
Wanneer de knecht van Elisa hem wil bedriegen, zegt hij, nadat hij Naäman
achterna was gegaan en door leugens zich allerlei schatten had toegeëigend:
“Ben ik in de geest niet meegegaan, toen die man zich omkeerde van zijn
wagen af u tegemoet? Was het de tijd om dat zilver aan te nemen of om
klederen aan te nemen of olijfbomen en wijngaarden, schapen en runderen,
slaven en slavinnen?” (2 Kon. 5 : 26).

God openbaart aan Elisa niet alleen wat Gehazi gedaan had, precies hoe het
gegaan was en wat hij had aangenomen, maar ook de gedachten en plannen
die in het hart van zijn knecht waren opgekomen. Wanneer een vijandige
koning in strijd was met het volk van Israël, openbaarde de Heer aan Zijn knecht Elisa telkens de plaats waar het vijandige leger wilde aanvallen. De
plannen die de koning van Aram in zijn slaapkamer besprak, werden door
God aan Elisa bekend gemaakt (2 Kon. 6: 12). Dan werd er een sterk leger
gezonden naar de plaats waar Elisa verbleef. Het leger van de koning van
Aram omringde de stad, maar Elisa zag niet met zijn natuurlijk oog naar het
leger van de vijand, maar hij zag met geestelijke ogen de legermachten van
God die hem ter hulp werden uitgezonden en hij zei tot zijn knecht: “Vrees
niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn.” (2 Kon. 6
: 16). Dan bad Elisa voor zijn knecht dat God ook hem de ogen opende en ook
deze kreeg dan een openbaring, een woord van kennis: “Toen bad Elisa:
Here, open toch zijn ogen, opdat hij zie. En de Here opende de ogen van den
knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom
Elisa.” (2 Kon. 6 : 17).
Ook in het Nieuwe Testament zien wij vele voorbeelden van de gave van het
woord van kennis in werking.

Jezus

Heel dikwijls lezen wij dat Jezus antwoordde op de gedachten en
overleggingen des harten. “Doch Jezus doorzag hun overleggingen en
antwoordde en zeide tot hen: Wat overlegt gij in uw harten?” (Luc. 5 : 22).
Jezus kende Nathanaël en zei van hem: “Zie, waarlijk een Israëliet, in wien
geen bedrog is!” (Joh. 1 : 48b). Nathanaël was verwonderd en zei: “Van waar
kent Gij mij?” Dan antwoordde Jezus en zei tot hem: “Eer Philippus u riep,
zag Ik u onder den vijgeboom.” (Joh. 1: 49b). Door deze openbaringen kwam
Nathanaël tot geloof en riep uit : “Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de
Koning van Israël!” (Joh. 1 : 50).
Bij het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw vertelde de Heer haar
de gehele toestand van haar leven (Joh. 4: 18), waardoor zij eerst zelf tot geloof kwam en later ook velen uit de stad Samaria. “En uit die stad geloofden
velen der Samaritanen in Hem om het woord der vrouw, die getuigde: Hij
heeft mij gezegd alles wat ik gedaan heb.” (Joh. 4: 39).

Vooral in het Johannes-evangelie zien wij zo duidelijk dat de Heer Zich helemaal liet leiden
door openbaringen, zoals Hij ook zelf zei: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de
Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het den Vader zien doen; …
Want de Vader heeft den Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij
zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert.” (Joh. 5 : 19,
20).

Jezus wist wie Hem verraden zou (Joh. 6 : 71). Jezus wist dat de ziekte
van Lazarus zou leiden tot verheerlijking van de Zoon van God (Joh. 11: 4).
Jezus wist dat Lazarus gestorven was, terwijl Hij nog vier dagreizen van hem
verwijderd was (Joh. 11 : 11-17). Jezus kende de gedachten van de Farizeeën
(Luc. 6 : 8; 5 : 22). Hij wist dat Hij bij de verlamde, die door het dak voor
Hem was neergelaten, eerst de last van de zonden moest wegnemen en pas
daarna hem moest doen opstaan, tot ontzetting van allen die het zagen (Luc. 5
: 20-26).

 Petrus

Het is door openbaring, een woord van kennis, dat Petrus
wist van het bedrog van Ananias en Sapphira (Hand. 5 : 3-9).
Wanneer Petrus voor de eerste maal naar de heidenen werd gezonden om het
evangelie te verkondigen, werd dit hem door een openbaring bekend gemaakt
(Hand. 10: 11-16). Paulus Zo zien wij ook dat de apostel Paulus voortdurend
door openbaringen werd geleid (Gal. 1 : 12). Op grond van een openbaring
wist hij na veertien jaar dat hij naar Jeruzalem moest gaan (Gal. 2 : 2). Het
was door een woord van kennis dat Paulus wist dat de verlamde man te
Lystra, die nooit had kunnen lopen, geloof had om genezing te ontvangen. “En
Paulus keek hem scherp aan en zag, dat hij geloof had om genezing te
vinden.” (Hand. 14: 9b).
Zie hoe de Heilige Geest Paulus leidde op zijn reizen, hem verhinderde in
Asia te spreken, hem voortleidde tot Tróas en hoe God hem dan in een droom
bekend maakte dat hij moest oversteken naar Macedonië. “En Paulus kreeg in den nacht een gezicht; er stond een Macedonisch man, die hem toeriep: Steek over naar Macedonië en help ons.” (Hand. 16: 9).

Wanneer Paulus als gevangene per schip naar Rome werd vervoerd, wist hij door een woord van kennis dat het schip en de bemanning in gevaar zou komen. “Waarschuwde
Paulus hen met deze woorden: Mannen, ik zie, dat de vaart met ongerief en
grote averij gepaard zal gaan.” (Hand. 27 : 10). Later, wanneer het noodweer
inderdaad gekomen was, maakte God hem bekend dat allen die met hem op
het schip waren, behouden zouden worden (Hand. 27 : 24).
In de Epheze-brief lezen wij dat het evangelie dat aan de heidenen wordt
verkondigd, verborgen is geweest in God, tot op de tijd dat het aan Paulus en
de andere apostelen en profeten is geopenbaard. God maakt bekend dat de
heidenen medeerfgenamen zijn van de belofte in Christus Jezus. “Daarnaar
kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis
van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden
aan de kinderen der mensen, zoals het nu door den Geest geopenbaard is aan
de heiligen, zijn apostelen en profeten: dit geheimenis, dat de heidenen
medeerfgenamen zijn, medeleden en mede-genoten van de belofte in Christus
Jezus door het evangelie.” (Eph. 3: 4-6).

Voor ons allen

Niet alleen aan Paulus maar aan ons allen wil God de rijkdom van het
evangelie door de Heilige Geest bekend maken. “Wat geen oog heeft gezien en
geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God
heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Want ons heeft God het
geopenbaard door de Geest.” (1 Cor. 2: 9,10).
Aan een ieder wil God door de Heilige Geest alles openbaren wat wij weten
moeten in de bediening waarin God ons stelt. Jezus heeft gezegd: “Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen,
en grotere nog dan deze.” (Joh. 14: 12). Dit is niet een woord voor bijzonder uitverkoren predikers, maar voor ieder die gelooft. Zoals aan Jezus alles uit
het leven van de Samaritaanse vrouw werd getoond, met het doel haar tot
geloof te leiden, zo ook wil de Geest ons alles openbaren om anderen te
kunnen helpen.
Toen Ben Hoekendijk in Frans-Guyana was en voor het eerst van zijn leven in
de Franse taal moest prediken, hielp de Heer hem op bijzondere wijze o.m.
door hem veel openbaringen te geven over de mensen in de zaal. Hij schrijft:
“Voor het eerst tijdens de samenkomst was het doodstil … ik vergat de dingen
om me heen, omdat de Heilige Geest begon te spreken tot mijn hart … terwijl
het doodstil was, vertelde ik door de microfoon wat de Heer mij openbaarde:
“Het is een man – aan de linkerkant van de zaal- hij heeft pijn – links onder de
maag – hij heeft nu pijn – hij is al jaren ziek – hij is geopereerd.” Opeens wordt
mijn nadrukkelijk spreken geïnterrumpeerd door een man die opstaat en roept:
“Dat ben ik, dat ben ik!” Verbazing bij de mensen, een gemompel uit de
schare. Hij komt naar voren en vertelt door de microfoon dat datgene wat de
Heer mij openbaarde, letterlijk van toepassing was op hem. Hij had de
beschreven pijn al 7 jaar, was geopereerd en had altijd pijn. Maar nu was de
pijn weg. Ja, hij voelde ‘t goed! Hij was genezen! Gloire à Dieu! Gloire à
Dieu! (Glorie voor God!) Deze man zat links in de zaal! Letterlijk en
onmiddellijk was het geopenbaarde uitgekomen en de mensen verbaasden
zich. Hier ziet een volk voor het eerst in haar geschiedenis de werking van de
gaven van de Geest. En het raakt het diepst van hun hart. Dit is het antwoord
op de honger van hun ziel. Hiernaar hebben ze altijd verlangd. Een levende
God te dienen. Een blij evangelie te geloven! Wonderen in een
godsdienstoefening te zien! Een groot volk van duizenden zielen mocht deze
jonge prediker tot de Heer leiden, omdat het volk kwam toestromen en
iedereen sprak over de bovennatuurlijke dingen die God door zijn bediening
deed.

In een samenkomst in Amsterdam kwam eens een vrouw naar voren voor
genezing. Zij vertelde zelf dat er al veel voor haar gebeden was, maar zij
genas niet. Broeder Karel Hoekendijk vroeg haar: “Zullen wij vragen aan de
Heer of Hij openbaart wat de oorzaak is dat u maar niet geneest?” Ze stemde
toe. Toen legde hij haar de handen op en de Heer openbaarde dat zij een wrok
koesterde; er was een vrouw die haar veel verdriet had gedaan, die haar haar
man had afgenomen, ze haatte deze vrouwen kon haar niet vergeven. Zij
begon te huilen en zei: “Ja, zo is het, ik kan er niet van loskomen, ik haat die
vrouw.” Broeder Hoekendijk zei toen: “Zoudt u willen dat de Heer u daarvan
verlost, zullen wij het Hem vragen?” “Ja graag,” was het antwoord. Toen werd
heel deze nood bij de Heer gebracht, vergeving gevraagd voor de zonde van
haat, de macht van die haatgeest over haar verbroken en terstond genas zij van
haar kwaal. Haar arm, die stijf was en die zij niet kon bewegen, werd nu
omhoog geheven en de Heer werd geloofd en geprezen voor haar volkomen
bevrijding.
In één van de samenkomsten in Holland was een vrouw tot bekering
gekomen. Zij wist zich een kind van God, gereinigd door het bloed van Jezus.
Toch kwam zij maar niet tot de volle blijdschap. Telkens als zij in de
samenkomst kwam, werd zij overweldigd door droefheid en moest zij steeds
huilen. Op een dag vroeg zij om voorbede. De Heer leidde het zo dat een
jonge zuster haar de handen oplegde, de Heer openbaarde aan haar dat zij bij
een waarzegster was geweest en dat zij in haar huis nog brieven van deze
waarzegster bewaarde, waardoor de macht van de waarzeggende geesten haar
nog gevangen hield. Ze liet zich bevrijden van deze macht en reinigde haar
huis van alles wat met onreine geesten te maken had. Na die tijd was zij een
blij kind van God en werd spoedig vervuld met de Heilige Geest.
Wij hebben meegemaakt in een samenkomst van broeder William Branham,
dat een man naar voren kwam voor genezing en dat de Heilige Geest aan
broeder Branham openbaarde, dat hij een prediker was, hij pas uit Amerika was gekomen en dat hij in zonde leefde. Hij werd hierdoor volkomen
verbroken, beleed zijn zonden, wijdde zich opnieuw toe aan de Heer en werd
wonderbaar genezen. Nog vele andere wonderbare openbaringen zagen wij in
de bediening van broeder Branham.

Elk kind van God heeft deze gave nodig, als wij werkelijk door de Geest
geleid willen worden bij alles wat wij spreken en doen. Wanneer wij een zieke
de handen opleggen, is het noodzakelijk om de Heer een woord van kennis te
vragen, om te weten wat wij bij de zieke moeten doen. Soms is het nodig dat
eerst onbeleden zonden uit de weg worden geruimd, soms ook moeten er
duivelse banden van magnetisme of spiritisme worden verbroken. Het kan zijn
dat iemand voor genezing naar voren komt en allerlei pijnen en kwalen
opnoemt, maar dat de Heer toont dat de eigenlijke oorzaak van de ziekte een
toestand is van de ziel, zodat wij bij de persoon die bediend wordt, eerst de
geestelijke nood moeten oplossen. Soms gebeurt het dat iemand voor genezing
naar voren komt, die helemaal geen geloof voor genezing heeft. De Heer wil
het ons openbaren door een woord van kennis.

Alles om beter te kunnen dienen.

“Alles moet tot stichting geschieden.” (l Cor. 14: 26b). Daarom is het
noodzakelijk om bij de gave van het woord van kennis ook de gave van het
woord van wijsheid te hebben. Wanneer de Heer b.v. door de eerste gave
openbaart dat iemand geen geloof heeft voor genezing, alhoewel er gevraagd
wordt de handen op te leggen, dan hebben wij meteen nodig een woord van
wijsheid. Daardoor weten wij hoe verder te spreken en te handelen om het
geloof op te bouwen, zodat de persoon genezing zal ontvangen en de Heer
daardoor verheerlijkt wordt.

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s