De gave van het verrichten van wonderwerken

DE GAVE VAN HET VERRICHTEN VAN WONDERWERKEN

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviéra

De bijbel staat vol van de grote wonderdaden van de Almachtige God; deze studie is echter niet gericht op de machtige daden van de Schepper van hemel en aarde, maar op wat mensen, knechten van God, gedaan hebben, door de gave van het doen van wonderwerken. Deze gave is de van God gegeven bekwaamheid om bovennatuurlijke dingen te doen op Zijn bevel.

Mozes

Mozes was een eenvoudige herder, een zoon van het slavenvolk Israël. God sprak tot hem vanuit het brandende braambos. Hij riep Mozes om Zijn volk te verlossen uit de macht van Farao. Dit zou een belachelijke opdracht zijn geweest als de “Ik ben, die Ik ben” hem niet daarbij ook de kracht had gegeven om wonderen te doen. Hoe zou het volk Israël geloven dat God aan Mozes verschenen was, hoe zou Farao ooit luisteren naar de stem van die nietige herder, als deze niet door wonderen kon bewijzen dat de almachtige God hem gezonden had? Maar God gaf aan Mozes vanuit het vuur van Zijn heiligheid, een evangelie met bewijs, Hij gaf hem de bekwaamheid om wonderen te doen. “En de Here zeide tot hem: Wat hebt gij daar in uw hand? Hij antwoordde: Een staf. Daarop zeide Hij: Werp dien op den grond. En toen hij dien op den grond geworpen had, werd hij een slang, zodat Mozes er voor wegvluchtte. Maar de Here zeide tot Mozes: Strek uw hand uit en grijp ze bij den staart – toen strekte hij zijn hand uit en greep haar vast en zij werd een staf in zijn hand – opdat zij geloven, dat de Here, de God hunner vaderen, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob, u verschenen is.” (Ex. 4: 2-5).

Nog andere tekenen gaf God hem te doen: zijn hand werd melaats en weer gezond, het water van de Nijl veranderde in bloed. “En hij deed de tekenen voor de ogen van het volk. Het volk nu geloofde.” (Ex. 4: 30b). Eerst gaf God Mozes de opdracht wonderen te doen om Israël te doen geloven, dat de God hunner vaderen hem gezonden had, daarna deed Mozes machtige wonderen voor koning Farao, om te bewijzen dat de God der goden van hem eiste: Laat Mijn volk gaan! “En de Here zeide tot Mozes: … zie toe, dat gij voor het aangezicht van Farao al de wonderen doet, die Ik in uw macht gesteld heb.” (Ex. 4: 21).

God gaf aan Mozes bekwaamheid, bovennatuurlijke kracht, om wonderen te doen, maar Mozes zelf moest de wonderen verrichten. Vele wonderen deden Mozes en Aäron voor het aangezicht van Farao en de Egyptenaren, deze zijn beschreven in Ex. 7, 8, 9 en 10. “Mozes en Aäron nu hebben al deze wonderen gedaan voor het aangezicht van Farao.” (Ex. 11 : 10). Wanneer tenslotte de Israëlieten uittrekken uit Egypte en voor de Rode Zee komen te staan, in grote vrees voor Farao en zijn groot leger dat hen achtervolgde, dan is het Mozes die op Gods bevel de zee vaneen splijt. “Toen zeide de Here tot Mozes: Wat roept gij zo luid tot Mij? … hef uw staf op en strek uw hand uit over de zee en splijt haar; dan zullen de Israëlieten midden door de zee kunnen gaan op het droge.” (Ex. 14: 15). Ook liet hij de wateren van de zee weer terugvloeien, zodat het leger der Egyptenaren omkwam in de zee (vrs. 26). Mozes maakte het bittere water zoet (Ex. 15 : 25) en deed water stromen uit de rots (Ex. 17 : 6).

Is het niet heerlijk dat de knechten van de Heer machtige wonderdaden mógen doen, om de grootheid van God op aarde bekend te maken en de kinderen Gods bij te staan? Misschien is het grootste wonder waarvan wij lezen, dat wat Jozua deed, toen hij de zon en de maan liet stilstaan op zijn bevel (Joz. 10: 12, 13). Door de gave van geloof, vertrouwde hij dat het fantastisch onmogelijke gebeuren zou en door de gave van het verrichten van wonderwerken bracht hij het wonder tot stand. Deze beide gaven vullen elkaar aan.

Elia

Ook Elia heeft vele wonderen verricht. Hij sloot de hemel zodat het drie en een half jaar niet regende. “Toen zeide de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab: Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord.” (1 Kon. 17: 1). Verder lezen wij dat hij het meel in de pot en de olie in de kruik van de weduwe van Sarfath niet liet opraken, totdat er weer regen viel op de aardbodem (1 Kon. 17 : 14-16). Hij wekte een dode op (1 Kon. 17: 20-24). Hij sloeg op de wateren van de Jordaan en verdeelde haar zodat hij en Elisa door het droge konden oversteken (2 Kon. 2 : 8). Elia was geen bijzonder mens dat hij dit kon doen, neen, de bijbel vermeldt dat hij een man was als u en ik (Jac. 5: 17), maar God gaf hem de gave om wonderen te doen in Zijn dienst.

Elisa

Nog meer wonderdaden vermeldt Gods Woord van Elisa. Ook hij verdeelde het water van de Jordaan (2 Kon. 2: 14). Hij maakte slecht water gezond. ” … Het water is slecht, en de landstreek veroorzaakt misgeboorte. Toen zeide hij: Haalt mij een nieuwen schotel en doet er zout in. Zij haalden hem er een. Daarop ging hij naar de waterwel, wierp het zout daarin en zeide: Zo zegt de Here: Ik maak dit water gezond; daaruit zal geen dood of misgeboorte meer voortkomen. En het water werd gezond, tot op dezen dag, volgens het woord dat Elisa gesproken had.” (2 Kon. 2 : 19-22). Hij vermenigvuldigde de olie van de weduwe (2 Kon. 4: 1-7). Hij wekte een dode op, maakte vergiftig voedsel gezond (2 Kon. 4: 32-41). Hij genas Naäman van zijn melaatsheid (2 Kon. 5) en liet een ijzeren bijl drijven op het water (2 Kon. 6 : 6).

Jezus

Ontelbaar zijn de wonderen die de Here Jezus gedaan heeft. Hij begon Zijn openbaar optreden met het wonder van water in wijn te veranderen (Joh. 2 : 1- 11). Wij lezen dat daardoor Zijn discipelen in Hem geloofden. Hij wandelde over de zee en als Hij bij het schip gekomen was, bereikte het schip terstond het land waar zij heen gingen (Joh. 6 : 16- 21). “En Hem volgde een grote schare, omdat zij de tekenen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte.” (Joh. 6: 2). Wanneer deze grote schare van omstreeks vijfduizend mensen hongerig werd, dan voedde Hij deze menigte met vijf gerstebroden. Iedereen at tot verzadigens toe en twaalf korven brokken bleven over (Joh. 6 : 1-14). Een andere maal werd een menigte van vierduizend mensen gevoed met zeven broden (Matth. 15: 32-38). De wonderen van genezing die Jezus deed zijn te talrijk om allen te vermelden. “Hij zette zich daar neder. En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan Zijn voeten neer. En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten den God van Israël.” (Matth. 15 : 30, 31).

Driemaal wekte Jezus een dode op (Luc. 8: 49-55; Luc. 7 : 11-15; Joh. 11 : 11- 44). Hij gebood de storm en de zee en zij werden stil (Marc. 4 : 36- 41). Het uitdrijven van boze geesten zijn ook wonderen of krachten die de Heer deed. Het evangelie van Marcus verhaalt vele van deze wonderen. Hier volgen enkele: “En Jezus bestrafte hem zeggende: Zwijg stil en ga uit van hem. En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging onder groot geschreeuw van hem uit.” (Marc. 1: 25). ” … En vele boze geesten dreef Hij uit.” (vers. 34b). “Want Hij zeide tot hem: Onreine geest, ga uit van dezen mens.” (Een legioen geesten waren in deze mens.) (Marc. 5 : 8). “En de onreine geesten gingen uit en voeren in de zwijnen; en de kudde, ongeveer twee duizend, stormde langs de helling de zee in en zij verdronken in de zee.” (vers. 13). De wonderen en tekenen die Jezus deed, waren een duidelijke aanwijzing dat Hij van God gezonden was, zoals Petrus verklaarde: “Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus, den Nazoreeër, een man, u van Godswege aangewezen door de krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft.” (Hand. 2: 22). “Jezus van Nazareth, hoe God Hem met den Heiligen Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door den duivel overweldigd waren, want God was met Hem.” (Hand. 10: 38). Evenals Jezus met de Heilige Geest en met kracht werd gezalfd om het evangelie van het Koninkrijk Gods te verkondigen, evenzo zijn ook de apostelen “bekleed met kracht uit den hoge” (Luc. 24 : 49). Jezus zeide: “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.” (Joh. 20 : 21).

De apostelen

Bij de apostelen zien wij ook vele grote wonderen gebeuren door de gave van het doen van wonderwerken. De lamme, die nooit had kunnen lopen, werd door de bediening van Petrus en Johannes in één moment genezen; dat was een wonder. Dit moesten zelfs de mannen van de joodse raad erkennen. “En zij zeiden : Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen.” (Hand. 4 : 16). ” . .. Want allen verheerlijkten God om hetgeen er geschied was; want de mens, aan wien dit teken der genezing verricht was, was boven de veertig jaar.” (vers. 21, 22).

Rondreizende deed Petrus grote wonderen waar hij ook kwam. Te Lydda werd een man genezen die acht jaar verlamd was. “En Petrus zeide tot hem: Aenéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed op. En hij stond onmiddellijk op. En alle bewoners van Lydda en Saron zagen hem en bekeerden zich tot den Here.” (Hand. 9: 34, 35). Ook werden er doden opgewekt door de getuigen van Jezus. Tabitha, een vrouw, die zeer geliefd was in de gemeente, stierf. Petrus werd er bij geroepen en mocht het grote wonder doen en haar uit de doden opwekken. “Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neder en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zeide: Tabitha, sta op! En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten, en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en weduwen en stelde haar levend voor hen. En het werd bekend door geheel Joppe en velen kwamen tot geloof in den Here.” (Hand. 9 : 40-42).

Ook Paulus wekte een dode op (Hand. 20 : 7 -12). Van Stefanus, de diaken, lezen wij: “En Stefanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk.” (Hand. 6: 8). Philippus ging het evangelie van Jezus Christus verkondigen in Samaria. Zou er wel één mens zijn geweest die naar zijn prediking luisterde indien hij niet door wonderen en tekenen bewijzen zou dat Jezus was opgestaan? “En toen de scharen Philippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad.” (Hand. 8 : 6-8).

Wanneer Paulus en Barnabas werden uitgezonden als getuigen van de levende Heer, ging dit ook gepaard met wonderen en tekenen. Te Iconium: “Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekende in vertrouwen op den Here, die getuigenis gaf aan het woord zijner genade en tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden.” (Hand. 14: 3). Te Lystra werd een man genezen die verlamd was van de schoot zijner moeder aan (Hand. 14: 9, 10).

Te Philippi wierp Paulus een waarzeggende geest uit (Hand. 16: 16-18). Geheel Asia werd met het evangelie bekend doordat Paulus niet alleen predikte maar ook wonderen en tekenen deed. ” … Zodat allen, die in Asia woonden, het woord des Heren hoorden, Joden zowel als Grieken.” (Hand. 19 : 10). “En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren.” (vers. 11-12).

Ook deze machtige gave van de Heilige Geest wil de Heer geven aan alle gelovigen. Elkeen die een getuige van Jezus wil zijn, mag er op rekenen dat hij ook in de naam van Jezus wonderen en tekenen kan doen. Het zijn tekenen die de gelovigen volgen (Marc. 16 : 17 -18). Wij zelf mochten vele wonderen en tekenen doen, sinds wij het evangelie in haar volheid prediken. Wij zagen verlamden in één moment genezen, mensen met verstijfde ledematen die weer gingen lopen, hun handen en armen opheffen, hun rug buigen enz. wat ze soms in jaren niet konden doen. Wij zagen doven die weer hoorden en blinden die gingen zien. Vele duivelen mochten wij uitdrijven in de machtige naam van Jezus. Niet alleen geroepen predikers van het evangelie, maar ook eenvoudige broeders en zusters, huismoeders, schoolkinderen, allen die vervuld zijn met de Heilige Geest en in geloof de gave gebruiken, mogen wonderen doen in Jezus’ naam. Jezus zegt: “Wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze. “ (Joh. 14: 12).

Wij hebben kinderen gezien die met gezag de ziektemachten uitdreven, landbouwers die de regen deden komen of ophouden op hun gebed. Een echtpaar in een Gronings dorp zag een vreselijke storm, een cycloon naderen. Terwijl alle mensen bevend van angst zich verscholen, begonnen zij de Heer te loven en te prijzen voor Zijn bewarende hand en zij geboden dat de storm hun huis niet zou aanraken. Toen de storm voorbij was, was het wonder duidelijk voor iedereen te zien. Alle huizen van die buurt waren beschadigd, ramen gebroken, daken vernield, het glas van de kassen uitgedrukt, maar hun huis stond onbeschadigd er tussenin.

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s