De Gave van het Onderscheiden van geesten

DE GAVE VAN HET ONDERSCHEIDEN VAN GEESTEN

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviéra

De gave van het onderscheiden van geesten is niet een gave om mensen te onderscheiden of te beoordelen. Het gaat om het onderscheiden van geesten. Door deze gave maakt God ons bekwaam om van geesten de aanwezigheid te ontdekken en te weten welke geesten dit zijn, met de bedoeling dat wij ze zullen uitdrijven wanneer het boze geesten zijn. Jezus zegt: “In mijn naam zullen zij (de gelovigen) boze geesten uitdrijven.” (Marc. 16 : 17). Omdat het voorop staat bij de tekenen die de gelovigen zullen volgen, weten wij ook dat de Heer aan allen de bekwaamheid van het onderscheiden van geesten wil geven. Hoe zouden wij anders dit werk kunnen doen?

Er zijn nog altijd mensen die menen dat er geen boze geesten zijn. Dit is een verblinding van de satan. Hij wil niets liever dan dat wij hem en zijn trawanten niet zullen herkennen. Alleen een wedergeboren mens, vervuld met de Heilige Geest, ziet de strijd van satan en zijn legermachten tegen de mensen en in het bijzonder tegen de kinderen van God. “Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van den Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.” (1 Cor. 2: 14). “Want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.” (Eph. 6 : 12).

De satan probeert steeds weer om ons te verleiden tot strijden tegen bloed en vlees. Als hij ons kan leiden tot twisten en scheuringen, dan lacht hij. Het is er hem om te doen ons weer min of meer in zijn macht terug te krijgen. Als het hem gelukt om haat of onverzoenlijkheid in ons hart te zaaien, dan heeft hij weer voordeel op ons behaald. Daarom schrijft Paulus dat hij al bij voorbaat alles en iedereen vergeeft voor het aangezicht van Christus. “Opdat de satan op ons geen voordeel mocht behalen. Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.” (2 Cor. 2: 10b). Er zijn niet alleen boze geesten, maar ook de engelen Gods zijn geesten (Hebr. 1 : 7, 14). De engelen zijn dienende geesten van God, de duivelen zijn dienende geesten van satan. Oorspronkelijk waren ook de satan en zijn dienaren engelen van God, maar toen de satan hoogmoedig werd en zichzelf wilde verheffen boven God, werd hij ter aarde nedergeworpen (Jes. 14: 12; Ezech. 28: 14-17).

Het woord engel betekent: dienaar. Zo vinden wij in de bijbel dat er sprake is van engelen van God en engelen van de satan (Op. 12: 7 -9). Het oordeel van het eeuwige vuur is bereid voor de duivel en zijn engelen (Matth. 25 : 41). Ook het herkennen van de aanwezigheid van de Heilige Geest en de engelen van God, is mogelijk door de gave van het onderscheiden van geesten. De engelen van God worden uitgezonden om de kinderen Gods te dienen (Hebr. 1 : 14). Er zijn ook engelen die de kinderen beschermen (Matth. 18 : 10). Prijs de Heer!

Voorbeelden

Wij zien de gave van het onderscheiden van geesten in werking bij Johannes de doper, als hij de Farizeeërs “adderengebroed” noemt (Matth. 3 : 7). Het is duidelijk dat hij ze noemt naar dat wat in hen woont en hen beheerst. Terwijl zij naar hem toekomen om zich te laten dopen, doorziet hij hun huichelachtigheid en noemt hen bij de naam van de geesten die hen beheersen. Zo noemt ook Jezus hen “slangen en adderengebroed” (Matth. 12 : 34; 23 : 33). Overal waar Jezus komt, worden de duivelse machten openbaar. Hij noemt ze bij hun namen en drijft ze uit. In Marc. 1 : 21- 27 lezen wij van een onreine geest, die het uitroept dat hij Jezus kent als de Heilige Gods. Maar Jezus gebiedt hem te zwijgen en uit te gaan. Onder stuiptrekkingen en geschreeuw moet hij de mens verlaten, voor het gezag van Jezus, zodat iedereen verbaasd is over deze nieuwe leer met gezag.

Dat onreine geesten bij legio in één mens kunnen wonen, zien wij in het verhaal van de bezetene uit het land der Gerasénen (Marc. 5: 1-20). Wij lezen hier ook dat Jezus de geesten gebiedt hun naam te noemen (vers. 9). Het is duidelijk dat wij de geesten beter kunnen gebieden uit te varen wanneer wij hun namen kennen. Soms moeten wij hun in Jezus’ naam gebieden hun naam bekend te maken. Veelal wil de Heer ons ook, door de gave van het onderscheiden van geesten, de namen van de geesten duidelijk maken. Soms wordt ons door ingeving de naam van een geest bekend gemaakt, soms ook door gezichten en openbaringen. Wanneer wij met z’n tweeën een bezetene bedienen, dan gebeurt het dikwijls dat, terwijl de een bij ingeving de namen van de machten weet, ze aan de ander door een openbaring worden getoond. Ik heb dikwijls meegemaakt, dat, terwijl ik bezig was machten als spiritisme, magnetisme, toverij enz. over een gebondene te verbreken, dat de ander die met mij bediende, in een beeld zag dat ijzeren banden of kettingen werden verbroken. Als ik alle machten die er waren, uitgedreven had, zag de ander ook alle ijzeren banden verbroken. Prijs de Heer!

Zo werd dan bevestigd dat het werk gereed was en de gebondene vrij! De verscheidenheid in de geestenwereld is zo groot, dat ik het zou willen vergelijken met de dierenwereld. Er zijn grote en kleine geesten. Er zijn er, die gedrochtelijke, dierachtige vormen hebben, er zijn er ook die zich openbaren als menselijke personen of als engelen des lichts. Vele ziekten zijn ook duivelse machten. Jezus noemde epilepsie een duivel (Luc. 9 : 42). Hij spreekt ook van een geest van zwakheid, waardoor een vrouw 18 jaar gebonden was, zodat zij geheel verkromd was en zich niet kon oprichten (Luc. 13 : 11). Jezus drijft een doofstomme geest uit (Marc. 9: 25) en een stomme geest (Luc. 11: 14). Wij behoeven hier niet uit op te maken dat alle zwakheid, doofheid en stomheid veroorzaakt wordt door inwonende geesten. Er kan ook een gebrek zijn, een tekort. Alleen door de gave van het onderscheiden van geesten kunnen wij weten of er geesten zijn of niet, en welke zij zijn. Denk nooit dat er bij een kind van God geen boze geesten kunnen zijn. Vele geesten van de satan dringen zich binnen bij de kinderen van God, ziekte machten en ook geesten die allerlei bezetenheid veroorzaken.

In Paramaribo kwam een ambtenaar die betoverd was, voor bevrijding naar ons toe; een employé die een haat tegen hem had was naar een Bunuman / loekoeman (tovenaar) in het oerwoud gegaan met wat opgedroogd zweet van hem, afkomstig van een polshorloge. Zo werd hij op een afstand betoverd en vreselijke dingen gebeurden daarna met hem. Gezwellen, zo groot en hard als een kokosnoot groeiden aan zijn lichaam en als een chirurg het wegsneed, kwam ernaast een nog grotere en hardere bult te voorschijn. Zijn tanden braken af als slecht glas, zijn ogen werden vertroebeld, zijn armen en benen plotseling verlamd, soms had hij ineens geen herinnering meer en wist niet meer wie hij was en wat hij bezig was te doen. Vreselijk werden ook zijn vrouwen dochter aangevallen. Nadat over deze man de machten van satan waren verbroken, waren hij en zijn gezin weer volkomen bevrijd en gezond. Prijst God, dat wij door de Heilige Geest kracht hebben ontvangen om al de werken van de duivel te vernietigen.

Er was een jong meisje uit Indonesië in de gemeente; zij was bekeerd en vervuld, maar dikwijls had ze buien dat ze boos en bezeten was. Toen werd in een jongerenbidstond speciaal voor haar gevast en gebeden. De Heer openbaarde toen aan een van de jonge mensen een afgodsbeeld, waarvoor geofferd werd. Blijkbaar was zij als klein kind aan de afgoden gewijd en zo in de macht van boze geesten gekomen. Nadat de machten waren verbroken, was dit meisje een vrij en blij kind van God. Zo toont de Heer soms de oorzaken, waardoor boze geesten over iemand zijn gaan heersen. Toch is het niet onze opdracht om altijd na te gaan en uit te zoeken, waardoor de bezetenheid of ziekte in het leven binnengekomen is; onze opdracht is: “Drijf boze geesten uit” (Matth. 10: 8b).

Bij elke bezetene of zieke die tot ons gebracht wordt voor bevrijding, zullen wij ons niet afvragen” wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders,” maar wij zullen weten dat zij tot ons gebracht worden opdat de heerlijkheid Gods openbaar zal worden, zoals bij de blindgeborene (Joh. 9: 3). Een groot deel van de schuld ligt bij de gehele gemeente van Christus, omdat dit werk nooit werd gedaan. Vele geesten zijn de gemeente binnengekomen door spiritisme en magnetisme. De magnetiseurs worden vaak als een zegen aanvaard en bekleden zelfs vooraanstaande plaatsen in de kerken. Men heeft magnetisme als een “Goddelijke gave” aangemerkt. “Natuurkracht” ons tot hulp, maar men heeft geen besef dat dergelijke krachten van de duivel zijn. “Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis.” (Hos. 4 : 6). In Deut. 18 : 9-12 worden allerlei gruwelen genoemd die voor Gods volk verboden zijn; deze gruwelen waren oorzaak dat God in Zijn toorn hele volkeren uitroeide. Ook magnetisme is één van deze gruwelen. Maar vandaag weet men niet meer het verschil tussen goed en kwaad.

Inderdaad verschijnt de satan veelal in een vroom gewaad en met vrome woorden en gebeden. Hierover spreekt Jezus. “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet den wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.” (Matth. 7 : 21- 23). Let wel, hier staat niet, dat mensen die in Jezus’ naam duivelen hebben uitgeworpen, van Jezus te horen krijgen: Ik heb u nooit gekend. Het gaat hier over werkers der wetteloosheid, die zeggen: “Here, Here” maar die de wil des Vaders niet doen! Er zijn magnetiseurs die vrome woorden spreken en soms het “Onze Vader” bidden, die zeggen dat zij alles doen door Goddelijke kracht of door Christus “in” hen, maar let op wat zij doen. Zij leggen niet de handen op of drijven boze geesten uit in de naam van Jezus. Ook de gruwel van waarzeggerij is een veel verbreide zonde onder christenen. Sommigen menen, dat als een waarzegger de waarheid gesproken heeft, het dan goed is. “Het is toch maar uitgekomen,” zeggen zij dan. Laat u niet misleiden. De waarzeggende geesten zullen altijd beginnen met u iets te vertellen wat werkelijk waar is en dan, als u gefrappeerd bent, zullen zij u binden in heel hun duistere wereld van leugen en bedrog. Paulus werd eenmaal nageroepen door een waarzeggende geest, maar hoewel deze geest de waarheid sprak, was Paulus niet gediend van deze propaganda en hij wierp de geest uit (Hand. 16: 16-18). De Here Jezus geeft ons geen opdracht om te luisteren naar wat de geesten te vertellen hebben. Hij geeft ons opdracht ze uit te drijven in Zijn Naam. “Zwijg stil en vaar uit van hem,” (Luc. 4: 35). Dat is steeds wat Jezus tot de boze geesten zegt.

Laten wij dit goede voorbeeld volgen. Ik ken predikers die in spiritisme zijn verward geraakt, doordat zij naar de boze geesten luisterden. Zij menen dat zij door met de geesten te spreken, de demonische wereld meer zullen leren kennen en beter de geesten kunnen uitdrijven. Het tegenovergestelde is waar. Door naar hen te luisteren, worden wij ingesponnen in hun wereld van leugen en bedrog. Er zijn verschillende geesten wier namen ons genoemd worden in de bijbel.

Er is een geest van de antichrist (l Joh. 4: 3). Dit is ook de geest der dwaling (l Joh. 4: 6; 2 Thess. 2: 11).

ANTICHRIST= (Grieks: ἀντί= in plaats van, niet tegen! χριστός= Christus = in plaats van Christus. De Anitchrist is een religieus bolwerk die een valse christus vertegenwoordigd, te weten nu de Paus die de VICAR is (iemand die dezelfde autoriteit als Jezus over de Kerk heeft). Velen denken dat het woord “anti” in dit verband alleen “tegenstander” betekent, maar dit is dus eigenlik “in plaats van”.

Er is een geest van slavernij (l Rom. 8: 15). De geest van slavernij is de geest die de mensen onder de wet gebonden wil houden, in vrees. Het binden, ook van Gods volk onder allerlei wetten en regels, is een werk van de satan. Wij noemen de geesten die dit doen wettische geesten. De bijbel spreekt van wereldgeesten in dit verband. “Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten, waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen.” (Col. 2: 20). “Nu gij echter God hebt leren kennen, ja meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken?” (Gal. 4 : 9). Ook vrees of lafhartigheid is een macht van satan. “Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid (vrees S.V.) maar van kracht … ” (2 Tim. 1 : 7). Er zijn vele geesten van valse leringen, ook wel dwaalgeesten genoemd. “Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers. ” (1 Tim. 4 : 1).

Er is een geest van ontucht of hoererij, die bewerkt dat mensen andere goden aanbidden. “Mijn volk raadpleegt zijn hout, (pendelen!) en zijn staf (wichelroede) moet het voorlichten. Want een geest van ontucht doet hen dwalen, zodat zij zich in ontucht aan hun God onttrekken.” (Hos. 4 : 12). Deze geest van ontucht of hoererij probeert in onze kerken binnen te dringen, door de mensen af te leiden van de éénheid van God en hen er toe te brengen Vader, Zoon en Heilige Geest te aanbidden als drie aparte goden. “Hoor, Israël: de Here onze God, de Here is één!” (Deut. 6: 4). 61 “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.” (Ex. 20: 3). “Het eerste (gebod) is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is één, en gij zult den Here, uw God liefhebben uit geheel uw hart … ” (Marc. 12: 29). “Wij weten … dat er geen God is dan Eén.” (1 Cor. 8 : 4). “Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wèl.” (Jac. 2 : 19). De boze geesten weten ook dat God één is en zij sidderen voor Hem.

Wanneer wij Jezus Christus aanbidden, dan aanbidden wij in Hem ook de Vader, want Hij en de Vader zijn één (Joh. 10: 30). De Heilige Geest is de kracht die het alles in ons werkt.

In vele kerken zien wij helaas deze geest van hoererij in allerlei vormen binnengedrongen, zij worden niet of nauwelijks herkend. Dit zijn afleidingsmanoeuvres van de vijand van de gemeente, satan, de rebel die uit Gods Woord viel. Heiligen krijgen een bijna goddelijke betekenis, zij worden aangebeden en hun voorspraak ingeroepen. Evenzo blijven gestorven geliefden grote invloed uitoefenen op het dagelijks leven, zegt men. God merkt dit aan als ontrouw en noemt het hoererij. Er is een overwaardering van het ambt, een bijna afgodische verering van bepaalde vooraanstaande geestelijke leiders en vooral van de kerk, de leerstelling. Men hoort in deze kringen alleen slechts spreken over “Onze kerk” en de naam van de Heer der Kerk: Jezus Christus, komt er nimmer bij te pas. Men heeft de kerk tot een afgod gemaakt. Het instituut, de organisatie, kwam vaak in de plaats van Christus Jezus. Dit is duidelijk in de Christelijke kerk de geest van hoererij; andere goden aanbidden. Er wordt ons nu al verteld in de Charismatische Pinksterkerken dat je een aparte relatie met de Heilige Geest moet hebben. Bij Paulus zien we juist een streven naar het kennen van Christus. (2 Kor.13:13) (Fil.3:10). De Bijbel spreekt over de gemeenschap VAN de Heilige Geest (2 Kor.13:13) en over gemeenschap MET de Vader en met de Zoon (1 Joh.1:3), maar nergens over een aparte persoonlijke relatie met de Heilige Geest!

1 C0r 8:6-7 “voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem. Maar niet bij allen is die kennis.

Wij moeten terug tot het erkennen en aanbidden van de Ene Waarachtige God, door Jezus Christus onze Here, alles daarbuiten is de invloedsfeer van de geest van hoererij. Verder wordt ons in de bijbel genoemd een geest van diepe slaap (Rom. 11: 8; Jes. 29: 10). Hebt u in de samenkomst wel eens last gehad van slaapgeesten? U kunt ze verdrijven in Jezus’ naam, ook in uw buurman of buurvrouw. U zult met blijdschap bemerken hoe snel de geesten reageren als u ze in stilte bestraft. Er is een geest van bedwelming (Jes. 19: 14); een leugengeest (1 Kon. 22: 22,23); een geest der jaloersheid (Num. 5 : 14).

Nog vele geesten zijn er die in de bijbel niet worden genoemd, de Heilige Geest leert ons ze allen te onderkennen. Jezus zeide: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen, doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.” (Joh. 16 : 12, 13).

Er zijn geesten van twist en van kritiek, zinnelijke geesten, zorgengeesten, geesten van moord en zelfmoord, geesten van zwaarmoedigheid, neerslachtigheid, van hallucinaties, obsessies, van hoogmoed, haat, zelfbeklag; plaaggeesten, sombere geesten, gemelijke geesten, sadistische geesten; verschillende soorten geesten van krankzinnigheid, verdrukking, fixatie, seksualiteit, enz. Er zijn vloekgeesten, geesten van alcohol, nicotine, morfine, cocaïne, heroïne en andere bedwelmende geesten, die de mensen binden in slavernij, totdat ze hen geheel vernietigen. Wij moeten goed verstaan, de zonden zelf zijn niet de geesten, maar door de zonden te doen komen wij in de macht van de demonen. Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde.” (Joh. 8 : 34). Zo zien wij dat bij iedere zonde een bepaalde macht behoort. B.v. iemand begint geregeld wat alcohol te gebruiken, hij zal al spoedig bemerken dat hij er niet meer buiten kan. Een geest van alcohol heeft bezit van hem genomen en zal hem steeds meer trachten te binden, totdat hij hem geheel, zowel geestelijk als materieel, heeft geruïneerd. Of iemand begint zo af en toe eens een leugentje uit te spreken, “Och een leugentje om bestwil is zo erg niet,” meent men. Stellig zal dan een leugengeest binnenkomen en die persoon steeds meer laten liegen.

Zulke mensen liegen zonder het zelf te weten en tenslotte weten zij de waarheid en leugen niet meer te onderscheiden. Wanneer u zulke dingen misschien bemerkt bij uw kinderen, ga deze niet steeds meer straffen, maar bestraf de leugengeest en verbreek zijn macht over uw kind en het zal vrij zijn. Zo gaat het met allerlei zonden. Als u een waarzegger gaat raadplegen, komt u in de macht van waarzeggerij en u zult steeds meer naar waarzeggers toe willen gaan, terwijl ook vrees, onrust en zwaarmoedigheid uw leven gaat beheersen. Ook astrologie is een zonde waardoor wij in de macht van satan komen. Door de profeet Jesaja wordt het op één lijn gesteld met toverijen en bezweringen. “Gij vertrouwdet op uw boosheid; … u overkomt plotseling een verwoesting waarvan gij geen vermoeden hadt. Houdt maar aan met uw bezweringen en met de talrijke toverijen waarmede gij u van jongs af hebt afgetobd; misschien kunt gij iets bereiken, misschien jaagt gij schrik aan. Gij hebt u afgesloofd met uw vele plannen; laten nu opstaan en u redden, zij die den hemel indelen, die de ster· ren waarnemen, die maand voor maand doen weten wat u overkomen zal. Zie zij zijn als stoppelen, die het vuur verbrandt.” (Jes. 47 : 10-14). Wanneer u naar een magnetiseur gaat om uw ziekte te laten bezweren, dan legt een macht van magnetisme een duistere wolk over uw leven, die uw blijdschap rooft. Wanneer u later voor genezing bij een knecht van God komt, zal hij eerst deze machten moeten verbreken, voordat u de genezing van de Heer kunt ontvangen.

Ook wanneer u vervuld wilt worden met de Heilige Geest, moet u eerst van deze duisternissen bevrijd worden en dikwijls is dit nog een hele strijd. Eenmaal kwam een vrouw bij mij in grote nood. Ik mocht haar tot Jezus leiden, zij werd onder tranen een kind van God. Daarna vertelde zij mij dat zij niet meer naar huis durfde, want haar man was vreselijk woedend en hij vloekte de hele dag. Ik zei haar dat het boze machten waren die haar man beheersten. Wij knielden samen neer en brachten deze man voor het aangezicht van Jezus. Daarna wierpen wij die twistgeest, drift- en vloekgeest uit hem, vanaf deze afstand. Ook bevrijdden wij het huis van alle onreine machten. Ik zei tot deze zuster: ga gerust naar huis, u zult een heel andere man vinden. Zo was het ook. Iedereen in zijn omgeving merkte het op en zij vroegen aan de vrouw: Wat is er met uw man gebeurd, hij vloekt niet meer en hij is vriendelijk. De week daarop kwam hij zelf in de samenkomst om zijn leven aan Jezus te geven.

Wij moeten de mensen, die God op onze weg brengt, helpen door voor hen te strijden tegen de machten die hen binden. Pas als wij de machten over hen verbroken hebben zijn zij in staat om tot Jezus te komen, om zich verder te laten bevrijden. Er zijn kinderen Gods, die worden gewaarschuwd om vooral geen duivelen uit te drijven, naar aanleiding van het woord van Jezus. “Zodra de onreine geest van den mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. Dan zegt hij: Ik zal temgkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij hd leegstaan en geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met dien mens in het einde erger dan in het begin.” (Matth. 12: 43-45). De Here Jezus zegt dit niet om ons ervan terug te houden de geesten uit te drijven. Zijn opdracht is “drijf boze geesten uit” (Matth. 10: 8). De Heer zegt dit van dit boos en overspelig geslacht van de Farizeeërs, die zich niet willen bekeren (Matth. 12: 38- 45).

Wanneer iemand van een boze macht bevrijd is, dan moet dit “huis” niet ledig blijven. Hij moet zich bekeren en zijn leven aan Jezus geven en zich laten onderwijzen uit Gods Woord om te overwinnen en om zijn tempel schoon te houden, dan zullen de boze geesten het opgeven en vlieden, dan zal de Heer met de Vader Zelf die ledige plaats innemen. Ook is het belangrijk dat zo iemand spoedig vervuld wordt met de Heilige Geest. De boze machten willen inderdaad steeds terugkomen in het huis dat zij hebben verlaten, daarom moet iemand die bevrijd is geworden, zelf leren strijden tegen de machten die terug willen komen. Dit kan alleen in de kracht van de vervulling met de Heilige Geest. De vele geesten die wij beschreven hebben, wonen in, of beheersen het verstand van een mens. Er zijn ook geesten die wonen in het lichaam van een mens en kwellen het vlees, b.v. kanker, tumor, epilepsie, astma, enz. Wanneer wij de gave van het onderscheiden van geesten gebruiken in de bediening van genezing, is het verbazingwekkend om te zien hoe b.v. kankergeesten reageren op het met gezag uitspreken van de naam van Jezus en het bidden in tongen. Wij zien ze ineenkrimpen en verschrompelen. Wij strijden door tot de Heer ons toont dat de macht verdwenen is.

Wanneer wij geen overwinning krijgen in een bepaald geval, is bidden en vasten de aangewezen weg. “Dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.” (Matth. 17 : 21). 65 Alle leven is geest. Wanneer één of andere geest zich manifesteert, neemt hij een vorm aan, gebruikt hij een persoon of een stof, het een of ander middel. Alle manifestatie is openbaar worden van geest. Van de geest van een mens, die in hem is, of de Heilige Geest, of één of meer geesten van satan. De geest van een mens alleen verstaat de dingen van een mens, evenals alle in de Heilige Geest weet wat in God is. “Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. (Gods eigen Geest)” (1 Cor. 2 : 11). De boze geesten hebben kennis aangaande geestelijke dingen. Zij geloven dat God één is en sidderen voor Hem (Jac. 2 : 19). Zij kennen Jezus (Marc. 1: 23, 24; 5 : 7). Zij kennen Paulus (Hand. 19: 15). Door de Heilige Geest wordt ons veel van God geopenbaard (1 Cor. 2 : 10-16).

Wanneer wij niet leren de gaven van de Geest bewust te gebruiken, zoals ons in 1 Cor. 14 wordt geleerd, dan zullen verkeerde geesten trachten binnen te komen in de gemeente om verwarring te stichten. Dikwijls is men bevreesd om verkeerde dingen te stoppen, omdat men meent dat alle manifestaties van geest manifestaties zijn van de Heilige Geest.

Treurige toestanden zijn daardoor in vele gemeenten ontstaan. Gods Woord zegt: “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of ze uit God zijn; … Hieraan onderkent gij den Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God, en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.” (1 Joh. 4: 1). “Daarom maak ik u bekend, dat niemand door de Geest Gods sprekende zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door den Heiligen Geest.” (1 Cor. 12: 3).

Waar Jezus wordt geloofd, geprezen en geëerd als Heer, daar is het werk te zien van de Heilige Geest. Zou er wel iets zijn dat meer noodzakelijk is voor de kinderen van God, dan de gave van het onderscheiden van geesten te bezitten? Lang genoeg heeft de satan zijn vernietigend werk kunnen doen in de wereld en zelfs in de kinderen van God. Jezus heeft over alle machten gezegevierd en hen ontwapend aan het kruis van Golgotha. “Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk ten toon gesteld en zo over hen gezegevierd.” (Col. 2 : 15). Waarom zouden wij dan langer bevreesd zijn? Jezus heeft macht gegeven over de gehele legermacht van satan. “Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van den vijand; en niets zal u enig kwaad doen.” (Luc. 10: 19). Zie ook Eph. 1: 21-23; 2: 6.

Waakt op, volk van God, houdt op met elke strijd tegen vlees en bloed, maar strijdt tegen de legermachten van de satan. “Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onzen veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.” (2 Cor. 10:3-6). “Voorts, weest krachtig in den Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in den bozen dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.” (Eph. 6: 10, 13).

Door de gave van het onderscheiden van geesten wordt ons, eenvoudige werktuigen in Gods hand, bekend gemaakt welke en hoeveel geesten zich incidenteel ergens bevinden. Wij kunnen ze herkennen en dan beter bestrijden, in de naam van Jezus. Deze demonen moeten dan uitgaan, zoals Jezus zegt: “In Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven.” (Marc. 16 : 17). Jezus dreef de geesten uit met Zijn Woord (Matth. 8 : 16). Het woord van gezag in vast geloof uitgesproken, geeft overwinning over de gehele legermacht van de satan. “Hebt geloof in God … wie in zijn hart niet zal twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden.” (Marc. 11 : 23).

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s