De gave van Gezondmaking

DE GAVE VAN GEZONDMAKING

Door Elisabeth Hoekendijk La Riviére

De gave van gezondmaking is de bekwaamheid, om de genezende kracht van Jezus mede te delen aan anderen. Het is niet een soort magische aanraking. Genezing mededelen gebeurt niet automatisch. Het is alles in geloof. Zowel genezing mededelen als genezing ontvangen, is door geloof. Het toedienen van genezing kan op verschillende wijzen gebeuren: door handoplegging, door het uitspreken van een woord, of door het zalven met olie en het gebed des geloofs naar Jac. 5 : 14, 15. Alles in de naam van Jezus. Men meent wel eens dat er verschillende gaven van gezondmaking zijn, zodat de één b.v. de gave heeft om blindheid te genezen, een ander om kanker te genezen enz. Dit is natuurlijk dwaasheid. Door de gave van gezondmaking delen wij de genezende kracht van Jezus mede door het gehele lichaam, voor elke mogelijke ziekte. Wel is er in 1 Cor. 12: 9 sprake van gaven van genezingen, meervoud, maar dit duidt aan de genezingen die worden ontvangen, de producten van de gave van gezondmaking, evenals in dit hele Schriftgedeelte wordt gesproken over de producten van alle gaven. In deze studie gaat het niet om een gave van genezing, maar om de gave van gezondmaking, waardoor de genezende kracht wordt medegedeeld.

Ook in het Oude Testament zien wij dat de genezende kracht door priesters en profeten wordt medegedeeld.

Abraham

Abraham bediende genezing voor Abimelech en zijn gezin, dit was genezing van onvruchtbaarheid. “Toen bad Abraham tot God, en God genas Abimelech en zijn vrouwen zijn slavinnen, zodat zij baarden.” (Gen. 20: 17). Mozes Mirjam, de zuster van Mozes, was melaats doordat zij kwaad had gesproken van de knecht van God. Toen bad Mozes het gebed des geloofs voor haar genezing (Num. 12: 13).

Eli

Eli sprak een woord en Hanna, de moeder van Samuël, was genezen van haar onvruchtbaarheid (1 Sam. 1 : 17).

Elisa

Uit de geschiedenis van Naämans genezing blijkt dat de profeten in Israël meer genezing bedienden. Het dienstmeisje van Naäman zegt: “Och was mijn heer maar bij de profeet in Samaria, dan zou deze hem wel van zijn melaatsheid verlossen.” (2 Kon. 5 : 3). Elisa diende hem de genezing toe met de woorden: “Ga heen en baad u zeven maal in den Jordaan, dan zal uw lichaam weer gezond worden en gij zult rein zijn.” (2 Kon. 5 : 10).

In het Nieuwe Testament worden de genezingen talrijk en veelvuldig genoemd. Jezus Wij zien de Here Jezus voortdurend bezig de zieken te genezen. Op vele plaatsen lezen wij dat Hij allen genas. “En Hij … genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.” (Matth. 4: 23). “En men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken (epilepsie) en verlamden, en Hij genas hen.” (vers. 24). “Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door den profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.” (Matth. 8 : 16, 17). “En Jezus … verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal.” (Matth. 9: 35).

Op verschillende wijzen

Op verschillende wijzen wordt door de Heer de genezing bediend. Meestal deelt Hij de genezende kracht mee door handoplegging of doordat Hij de hand van iemand vastgrijpt, soms ook legt Hij Zijn hand of vinger op de zieke plaats, maar ook gebeurt het door het uitspreken van een woord, zonder verdere aanraking. “Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas hen.” (Luc. 4 : 40b). “Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en verheerlijkte God.” (Luc. 13 : 13). “En Hij vatte hem bij de hand en Hij genas hem en liet hem gaan.” (Luc. 14: 4b). “En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag diens schoonmoeder met koorts te bed liggen. En Hij vatte haar hand en de koorts verliet haar.” (Matth. 8 : 14, 15).

In Lucas 4 : 39 lezen wij dat Hij ook de koorts bestrafte. Zelfs een dode, het dochtertje van Jairus, grijpt Hij bij de hand en zij komt weer tot leven, op Zijn woord: “Kind, sta op! En haar geest keerde terug en zij stond dadelijk op.” (Luc. 8: 54-55). “En Hij strekte de hand uit, raakte hem aan en zeide: Ik wil het, wordt rein. En terstond verliet hem de melaatsheid.” (Luc. 5 : 13). “En Hij spuwde in zijn ogen, legde hem de handen op en vroeg hem: Ziet gij iets? En hij zag op en zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen als bomen wandelen. Vervolgens legde Hij weder de handen op zijn ogen, en hij zag duidelijk en was hersteld.” (Marc. 8 : 24). “Hij nam hem ter zijde, buiten de schare, en stak zijn vingers in zijn oren, spuwde, raakte zijn tong aan, en Hij zag op naar den hemel en zuchtte en zeide tot hem: Effatha, dat is: word geopend! En zijn oren werden geopend en terstond werd de band zijner tong los en hij sprak goed.” (Marc. 7 : 33-35).

Ook lezen wij dat de zieken Jezus aanraakten, of de kwast van Zijn kleed, omdat er kracht van Hem uitging. “En zij liepen die gehele streek af en begonnen degenen, die ernstig ongesteld waren, op matrassen rond te dragen naar de plaats, waar zij hoorden dat Hij was. En waar Hij ook kwam in dorpen of steden of gehuchten, daar legden zij de zieken op de markten en smeekten Hem, dat zij slechts den kwast van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden gezond.” (Marc. 6: 55, 56).

Door het spreken van een woord “Toen zeide Hij tot dien mens: Strek uw hand uit. En hij strekte haar uit en zij werd weder gezond gelijk de andere.” (Matth. 12: 13). “En Jezus zeide tot hem: Word ziende, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende en hij volgde Hem, God lovende.” (Luc. 18 : 42, 43). Tot de vader van een stervende jongen zegt Jezus: “Ga heen, uw zoon leeft!” (Joh. 4: 50). Door dit wonder werd het gehele huis gelovig (vrs. 53). “Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw matras op en wandel. En terstond werd de man gezond.” (Joh. 5 : 8).

Ook de dood moet achterwaarts wijken voor Zijn woord. “Jongeling, Ik zeg u, sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken.” (Luc. 7 : 14, 15). “Riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten.” (Joh. 11 : 43, 44).

De discipelen Wanneer Hij Zijn discipelen uitzond, gaf Hij hen dezelfde kracht. “Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun machten gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen.” (Luc. 9: I, 2). Zij hadden die kracht nog niet blijvend in zich, maar later, toen zij met de Heilige Geest vervuld werden op de Pinksterdag, ontvingen zij kracht om dezelfde werken te doen als Jezus. “Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt.” (Hand. I : 8). Daarom kon Petrus ook zeggen tegen de verlamde: “Maar wat ik heb dat geef ik u.” (Hand. 3: 6).

De opstandingskracht van Jezus – door de Geest van de Vader – is in hem en dit deelt hij mee aan anderen. Daarop zien wij de menigte toestromen met hun zieken. “Zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbij kwam, ook maar zijn schaduw op iemand zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” (Hand. 5 : 15, 16). Ook bij de andere apostelen en gelovigen zien wij hetzelfde gebeuren.

Philippus

Philippus ging naar Samaria en predikte daar het evangelie van Jezus Christus. “En toen de scharen Philippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad.” (Hand. 8 : 6).

Paulus

De heiden-apostel Paulus bedient overal genezing waar hij komt om het evangelie te prediken, soms door een woord, soms ook door aanraking van zijn handen of zweetdoeken. “En Paulus keek hem scherp aan en zag, dat hij geloof had om genezing te vinden, en hij zeide met luider stem: Ga recht op uw voeten staan! En hij sprong overeind en liep heen en weer.” “En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren.” (Hand. 19: 11,12).

Ook in onze tijd komen al deze dingen voor. Als het geloof rijst en de massa in beweging komt, zodat het bezwaarlijk wordt om ieder afzonderlijk te bedienen, dan komt het voor dat de zieken een kledingstuk van een knecht Gods in geloof vastgrijpen, of de plaats waar de knecht Gods gestaan heeft en zo genezing ontvangen. Bij de Volle Evangelie predikers, die voor radio of televisie spreken en voor de zieken bidden, wordt soms het toestel in geloof aangeraakt. Men legt zelf de hand op de zieke plaats van het lichaam, terwijl de prediker voor radio of televisie bidt en de ziektemachten bestraft. Ook gebeurt het dat men genezing ontvangt bij het zien van een film over Goddelijke wonderen of het luisteren naar een grammofoonplaat. Soms wordt de genezing medegedeeld door middel van “gezegende doekjes” enz. waarvoor gebeden is.

De Heer is niet veranderd. Wat Hij vroeger deed, doet Hij ook nu. Toen was het de Heilige Geest die alles bewerkte, diezelfde Heilige Geest is nu ook in ons. Het genezen van zieken kan verschillende dingen betekenen;

Ten eerste: Herstellen of tot gezondheid terugbrengen Dit veronderstelt dat de patiënt vroeger gezond geweest is. Dit kan gebeuren door een direct wonder, maar er kan ook enige tijd mee gemoeid zijn. Sommige mensen kunnen niet in hun genezing geloven als zij het niet als een plotseling wonder ervaren of voelen. Jezus zegt: “Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.” (Of zoals het Grieks zegt: herstellen). (Marc. 16: 18b). Dit woord wordt ook gebruikt in: “Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas (herstelde) hen.” (Luc. 4: 40). Ieder die voor genezing de handen laat opleggen, moet geloven dat de genezing dan ontvangen is, ongeacht wat men voelt of ervaart. Wij moeten Gods Woord nemen zoals het geschreven is “en zij zullen herstellen.” Vanaf het moment dat wij het nemen in geloof en het ons wordt toebedeeld, is God bezig ons te herstellen. Wij moeten dit vertrouwen met ons gehele hart. “Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal u geschieden.” (Marc. 11: 24).

Ten tweede:  Van een ziekte de oorzaak wegnemen De ziektetoestand kan door allerlei oorzaken ontstaan. Ook een arts weet, dat wanneer hij erin slaagt de oorzaak van een ziekte te verwijderen, in de meeste gevallen het lichaam zichzelf zal herstellen. De oorzaak van ziekten kunnen duivelse machten zijn. Kanker en tumor b.v. zijn machten die zich een nest vormen van de weefsels van het lichaam. Dit zijn de gezwellen die zichtbaar worden. Een chirurg kan wel een gezwel wegsnijden, maar het duivelse leven kan hij met zijn mes niet doden. Daarom zien wij meestal dat deze ziekten na een geslaagde operatie, toch weer op een andere plaats terugkomen. Prijst God, dat wij een machtiger wapen hebben dan het mes van de chirurg.

Voor de naam van Jezus moet elke ziektemacht wijken. Enkele ziektemachten die Jezus bij de naam noemt staan in de bijbel opgetekend:

  • Een geest van zwakheid (Luc. 13 : 11).
  • Een doofstomme geest (Marc. 9: 25; Matth. 9 : 32, 33).
  • Een Stomme geest (Luc. 11: 14).
  • Een bezetene die blind en stom was (Matth. 12 : 22).
  • Ook epilepsie is een geest (Luc. 9 : 39).

Er kunnen ook andere oorzaken van ziekten zijn, b.v. bacillen. Ook oververmoeidheid of geestelijke depressies kunnen ziekten veroorzaken. Wij zien dit alles als werken van de satan maar niet altijd als ziektemachten in het lichaam. Ook zonden kunnen oorzaken van ziekten zijn.

Ten derde: Gezond maken, heel maken.Waar ergens een gebrek is in het lichaam, moeten wij toevoegen wat ontbreekt. Dit was ook wat Petrus deed bij de verlamde aan de Schone Poort (Hand. 3: 1-8). Hij was verlamd van de schoot zijner moeder aan, er was dus een gebrek, een tekort. Petrus voegt toe wat ontbreekt en maakt gezond (Hand. 4 : 9). Soms moeten wij toevoegen wat door operatie verwijderd is. Wij hebben meegemaakt, dat mensen die door operatie een van hun longen misten, onder handoplegging een nieuwe long van de Heer kregen. Anderen, waar uit het gehoororgaan alles operatief verwijderd was, weer gingen horen.

Benen en armen die te kort waren, de normale lengte ontvingen, enz. De Heer die hemel en aarde geschapen heeft tot Zijn eer, wil graag alles, wat door de duivel vernietigd is, weer toevoegen.

Ten vierde: Verzoenen of tezamen brengen Alles wat uit elkaar geraakt, gebroken of gescheurd is, kan door de genezende kracht van Jezus weer verzoend of tezamen gebracht worden. Hij heelt alles wat gebroken is. “Want Ik, de Here, ben uw Heelmeester.” (Ex. 15 : 26b).

Wij adviseren altijd om bij een ongeluk, ernstige verwonding of iets dergelijks de patiënt gewoon te laten behandelen en verzorgen door arts of verpleegster. De Heer kan een wonder doen, zodat geen arts of andere hulp meer nodig is, maar het één hoeft het ander niet uit te sluiten.

Alle gaven nodig

Om met succes Goddelijke genezing te bedienen, is het niet voldoende de gave van gezondmaking te bezitten. Bijna alle negen Geestesgaven werken samen om genezing tot stand te brengen. Allereerst moeten wij voor onszelf in tongen bidden, om ons geloof op te bouwen. Door dit te doen, stellen wij tevens alle andere gaven in werking. Dan moeten wij door de gave van kennis en wijsheid weten wat wij in elk afzonderlijk geval moeten doen. De Heer wil ons tonen wat de oorzaak van de ziekte is. Niet wat de patiënt voor pijnen voelt is het belangrijkste, maar dat wat de Heer toont als de werkelijke oorzaak van de ziekte. Ook kunnen er allerlei belemmeringen zijn waardoor de patiënt de genezing niet kan ontvangen.

Door de gave van kennis wil de Heer dit ons bekend maken en door de gave van wijsheid wijst de Heer ons de weg hoe wij de patiënt het beste kunnen helpen. De gave van geloof hebben wij nodig voor onszelf, om te geloven dat wij in de naam van Jezus bovennatuurlijke dingen kunnen doen en ook om op de juiste wijze het geloof in de patiënt op te bouwen. De gave van het onderscheiden van geesten moeten wij gebruiken, om te zien of er ziektemachten zijn, maar ook of er andere belemmerende geesten werkzaam zijn, die wij eerst moeten verbreken of uitdrijven. De gave van het doen van wonderwerken hebben wij nodig zowel bij het doen van wonderen van genezing als bij het uitwerpen van duivelen. Tenslotte kan het zijn dat de Heer een woord wil spreken tot de zieke. Daarvoor hebben wij nodig de gave van tongen en vertolking van tongen of de gave van profetie. De gave van gezondmaking gebruiken wij het allerlaatste. Als alle oorzaken en belemmeringen zijn ontdekt en verbroken of uitgedreven in de naam van Jezus, dan pas delen wij Zijn genezende kracht mede aan het gehele lichaam van het hoofd tot de voeten. Hiermede wordt het werk voleindigd, waarna wij de broeder of zuster die bediend is aanmoedigen niet te wachten op gevoelens, maar de Heer te prijzen voor een volledig herstel.

One Comment Add yours

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s