DE LEER VAN CHRISTUS

De leer van Christus’ grondslag van éénheid.

Niettegenstaande hetgeen gezegd is, moet worden toegegeven dat er bepaalde fundamentele leerstellingen zijn, die absoluut noodzakelijk zijn voor de ware christelijke éénheid. Het niet geloven in een van deze fundamentele waarheden, of verzet er tegen, was in de gemeente in de tijd der apostelen oorzaak van het verbreken van de band van éénheid. Wat is het fundament voor éénheid van hen, die leden zijn van het Lichaam van Christus? Of – als tegenstelling – wat is de grond om de éénheid te verbreken?

De apostel Johannes geeft ons antwoord op deze vraag: “Wie in de leer van Christus blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon. Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt ontvangt hem dan niet in uw huis en heet hem niet welkom.” (2 Joh. 9-10).
De leerstellige grondslag voor éénheid is dus geloof in – en in toepassing brengen van – de fundamenten van de leer van Christus. Waar kunnen we in het N.T. een uiteenzetting vinden van deze fundamenten van de leer van Christus? Zo’n uiteenzetting vinden we in Hebr. 6 : 1-2:

“Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer der dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel.”

Hier vinden we zes zaken en een zevende er in opgesloten, die tezamen het fundament van de leer van Christus uitmaken. We zijn er ook van op de hoogte gebracht, dat iemand, als hij die ontkent of verzaakt, het Lichaam van Christus geweld aan doet. In het kort zijn de zeven grondstellingen dus: bekering van dode werken, geloof in God, leer der dopen, oplegging der handen, opstanding der doden, eeuwig oordeel en het voortschrijden “tot het volkomene”. Vele geloofsverklaringen zijn opgesteld en veelvuldig is de strijd over wat er in of wat er uit moest. Hierboven vindt u een geinspireerde lijst van de wezenlijke zaken. Tegenspraak is uitgesloten, tenzij men over de inspiratie van de bijbel wil gaan redetwisten.

Er zijn zeven fundamenten in de leer van Christus. Men kan er eerlijk onbekend mee zijn, maar als men er zich opzettelijk van afwendt, nadat men ze heeft leren zien, betekent dat, dat men “wegvalt” en een afvallige wordt. “Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel hebben gekregen aan den Heiligen Geest, en het goede Woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft den Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken.” (Hebr. 6 : 4-6).

De leer van Christus zorgt er dus voor, dat wij verlicht worden, deel krijgen aan de Heilige Geest, de hemelse gaven smaken. het goede Woord van God en de krachten der toekomende eeuw mogen proeven. Dit is waarlijk een apostolische ervaring. Het verschaft bovendien de basis van de apostolische éénheid. Paulus was er zeer op gebrand bij het rondzenden naar de gemeentes van zijn brieven dat iedereen hetzelfde onderwijs kreeg. Dit is te lezen in 1Cor 4:17 waar Timotheus de wegen in Christus indachtig maakt, zoals Paulus overal in elke gemeente leert. vers 7:17b, 11:16.

Laten wij nu de zeven fundamenten van de leer van Christus eens wat nader gaan beschouwen.

HET EERSTE FUNDAMENT:

Bekering van dode werken.

Bekering staat voorop in de leer van Christus. Geloof in Christus is niet voldoende zonder bekering. Jezus zei tot de godvruchtige joden: “Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen”. (Luc. 13 : 3). De natuurlijke mens gelooft – indien hij tenminste in een redding gelooft – in een redding door goede werken. Maar alleen door “het bloed van Christus” wordt men gereinigd van “dode werken om de levende God te dienen.” (Hebr. 9 : 14). Dit was de grote leerstelling, die door. Maarten Luther aan de Kerk werd teruggegeven in de Reformatie. De middeleeuwse Kerk was vol van dode werken. Men bad tot (dode) heiligen, vastte, doodde het lichaam (zelfkastijding), telde kralen, kocht aflaten (betalingen om in de hemel te komen) maakte pelgrimstochten in een poging om redding te krijgen, maar het hiélp allemaal niets. Vele kerkmensen doen liefdewerk zonder maar enigzins met hen over het Woord van God te praten. Liefdewerk daar is niets mis mee, maar als het geen zondaar aan de voeten van Jezus brengt, dan zijn het dode werken. Zonder de bekering is er geen grond voor éénheid.

HET TWEEDE FUNDAMENT:

Geloof in God.

Het volgende belangrijke fundament van de leer van Christus is “geloof in God” en dan met name in ÉÉN God, geen drie goden in één. Er is een duidelijke uitleg geschreven over de eenheid tussen de Vader en de Zoon. U kunt het hier lezen. Het is geloof in God DOOR Jezus Christus. Dat is de grote kern van deze waarheid. Christus toonde aan dat geloof in Hem ook geloof in God is. “Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Joh. 14 : 6). Dit durven traditionele kerkmensen niet meer te proclameren. Geen leerstelling in de bijbel is belangrijker dan de leerstelling van het geloof in Jezus Christus. “Want alzo heeft heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe.” (Joh. 3 : 16 ). “De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem.” (Joh. 3 : 35, 36). Dus het is geloof in God dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft tot redding van de wereld. Jezus is de WEG de WAARHEID en HET LEVEN naar de Vader. Geen ander godsdienst kan onmogelijk de weg naar God wijzen, “want wie op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover” Johannes 10:1. dit zijn mensen die via andere spirituele wegen buiten Jezus om God willen ontmoeten.

HET DERDE FUNDAMENT:

De leer der dopen.

DOOP IN WATER

Merk goed op, dat het derde fundament niet is: de leer van de doop maar de leer der dopen. Sommigen geloven in een doop, maar niet in dopen als meervoud. Waterdoop door onderdompeling is de eerste doop. Jezus toont ons dat, door te zeggen: “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden.” (Marc. 16 : 16). Petrus zet uiteen, dat de waterdoop een teken of symbool is van een innerlijk werk: “het antwoord van een goed geweten”. “Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus.” (1 Petr. 3 : 21).

Het antwoord van een goed geweten redt ons. Paulus toont ons nog in het bijzonder aan, dat meningsverschil over de doop ons niet redt: “Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus, zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stéphanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen … ” (1 Cor. 1 : 13-17).

Doop is het antwoord van een goed geweten tot God. Het is een uitwendig symbool van het opgenomen worden in het Lichaam van Christus. Paulus verbood de doopplechtigheid te gebruiken om het Lichaam van Christus te verscheuren en zo Zijn doel te vernietigen. Hij weigerde in Corinthe te dopen, opdat deze daad niet een middel zou worden om de Kerk te scheuren. De doop werd overgelaten aan de plaatselijke voorgangers. Jezus zegt: “Die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.” Markus. 16 : 16). Hierin is duidelijk dat kinderdoop geen volwassendoop is. U kunt hier meer lezen over de waterdoop.

DOOP MET DE HEILIGE GEEST

Naast de waterdoop is er de doop in de Heilige Geest. Jezus zeide: “Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heiligen Geest gedoopt worden, niet vele dagen na dezen.” (Hand. 1 : 5). Dit was de ervaring die de 120 ontvingen op de dag van het Pinksterfeest, en die – zo zei Petrus – “voor u is en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zal.” (Hand. 2 : 39). Dit is de Geest “OP ALLE” vlees zoals Joel 2 zei, dit is niet alleen voor het verbondsvolk maar ook voor de overige volken – ALLE VLEES – De Jood en de overige volken-

Dit geheimenis is geopenbaard aan Paulus dat de heidenen deel hebben aan het heil (Efeze 3:6), en als dit voor alle vlees is, dan beperkt dit zich niet tot de dagen van de apostelen. De uitstorting op “alle vlees” gaat door totdat Jezus terug komt. De belofte voor iedereen – de uitstorting van de Heilige Geest. Laat u niets wijs maken dat het niet meer voor nu geldt. In dezelfde tijd, dat Jezus tot hen sprak over de toekomstige ervaring van het Pinksterfeest, openbaarde Hij ook het grote doel ervan – kracht om de wereld te evangeliseren: ” … maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijne getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.” (Hand. 1 : 8). De leer van de doop met de Heilige Geest is een fundament van de leer van Christus. Johannes de Doper sprak al over Christus, zijn mensen dopende in de Heilige Geest (Matth. 3 : 11, 12).

DOOP IN ÉÉN LICHAAM

Verbonden met de doop van de Heilige Geest is de daad, waarin de Heilige Geest zelf de leden doopt tot één Lichaam. Mensen kunnen zich aansluiten bij een menselijke organisatie, maar ze worden leden van het Lichaam van Christus door de doop met de Heilige Geest tot het Lichaam. “Want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt.” (1 Cor. 12 : 13) .

De Geest van God heeft Christus gezet als Hoofd van het Lichaam en alle ware gelovigen als leden van het Lichaam. En zo brengt de leer der dopen ons er toe om de éénheid van alle ware gelovigen te aanvaarden en te erkennen. Daar de Geest de leden in het Lichaam zet, mogen geen menselijke persoonlijkheden deze verwantschap overheersen of breken, zonder de integriteit van het Lichaam van Christus geweld aan te doen. Wie zijn de leden, die door de Heilige Geest tot het éne Lichaam gedoopt zijn?

Ze zijn opgesomd in 1 Cor. 12 : 27-28; “Gij nu zijt het Lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen en verscheidenheid van tongen.”
Deze leden van het Lichaam van Christus hebben kracht ontvangen voor dienstbetoon door bepaalde gaven, die hen geschonken zijn door de Heilige Geest. Zij zijn als volgt: Het woord van Wijsheid, het woord van kennis, geloof, gaven van genezingen, werking van krachten, onderscheiden van geesten, profetie, allerlei tongen, en vertolking van tongen. De erkenning van de gaven van de Geest en de gaven van dienstbetoon, die God gegeven heeft aan de Kerk, is in wezen de leer van Christus, want de Heilige Geest zet door de doop deze leden in de Kerk.

(Opm. De theologische volgorde van deze drie dopen is niet noodzakelijk de volgorde, die wij hebben gebruikt).

HET AVONDMAAL DES HEREN

Zoals de waterdoop het uitwendige symbool is van bet gedoopt zijn in Christus (Rom. 6 : 3), zo is het deelnemen aan het eten van het brood in het Avondmaal des Heren het symbool van het feit, dat Christus in ons woont en wij in Hem (Joh. 6 : 56). Wij worden leden van het Lichaam van Christus daar wij in geloof deel worden van Christus.
“Is niet het brood, dat wij breken, de gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één Lichaam; wij hebben immers allen deel aan het éne brood.” (1 Cor. 10 : 16-17).
Dit eten van het Lichaam van Christus en zo een deel worden van Zijn Lichaam is een der grote fundamenten van de leer van Christus. De Heer herhaalde deze waarheid keer op keer in zijn grote prediking in Joh. 6: “Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is de ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” (Joh. 6 : 53-56).

Zij, die in geloof deel hebben aan Christus, blijve in Christus en zijn dus deel van Zijn Lichaam. Deze leerstelling van Christus is absoluut essentieel voor de éénheid. Sommigen, die de Heer tot hiertoe gevolgd hadden, konden deze leerstelling niet aanvaarden. Toen zij die hoorden, keerden zij terug en wandelden niet meer met Hem. “Van toen af keerden velen van Zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.” (Joh. 6 : 66). Zo kunnen we dit in deze tijd vertalen, waarbij de mensen niet meer in Jezus als de weg en de waarheid naar God zien. Dit is de grote afval wat in 2 Thess. 2:4 bedoeld wordt. Wie de Zoon loochend, loochend de Vader. Tegenwoordig mag geen enkele religie exclusiviteit claimen zoals het christendom dat doet.

HET VIERDE FUNDAMENT

De oplegging der handen

Het volgende fundament in de leer van Christus is die van de oplegging der handen. Deze is gedurende een lange tijd door de Kerk in praktijk gebracht, al te vaak echter zonder geloof en zonder de zalving van God. In dat geval is het slechts een vorm en een ceremonie. De oplegging der handen was een fundament van het Oude Testament. Jozua ontving de geest van wijsheid door de handoplegging van Mozes, welke daad door de Heer werd erkend. (Num. 27 : 18,23). “En Jozua de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want Mozes had zijn handen op hem gelegd.” (Deut. 34 : 9).

We noemen eerst de oplegging der handen voor GENEZING. Jezus begon zijn genezingsdienst door de zieken de handen op te leggen. (Matt. 8 : 14,15). “En Hij kon daar geen enkele kracht doen; alleen genas Hij enige zieken door handoplegging.” (Mark 6 : 5).
In de grote opdracht spreekt Jezus over de handoplegging.
Hij droeg zijn discipelen op om de handen op de zieken te leggen voor hun herstel. “Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen.” (Mark. 16 : 181. De apostelen gehoorzaamden aan deze opdracht in hun dienst aan de zieken in de eerste gemeente. “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk.” (Hand. 5 : 12) .

Paulus ontving het gezicht terug door de oplegging der handen van Ananias. (Hand. 9 : 17-18) . Verder de handoplegging voor het ontvangen van de HEILIGE GEEST. Met uitzondering van de eerste twee spontane uitstortingen, werd de Heilige Geest gegeven door handoplegging. In Samaria ontvingen de gelovigen de Heilige Geest door de handoplegging van Petrus en Johannes. “Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes, die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij den Heiligen Geest mochten ontvangen. Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Here Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen den Heiligen Geest.” (Hand. 8 : 14-17).

De discipelen te Efeze ontvingen de Heilige Geest door de handoplegging van Paulus: “Paulus kwam af tot Efeze, en enige gelovigen vindend, legde hij hun de handen op, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen.” (Hand. 19 : 1-6). De apostel Paulus zelf ontving de Heilige Geest door de oplegging der handen van een onbekende discipel, Ananias. (Hand. 9 : 17). Dit laatste toont ons, dat deze bediening niet uitsluitend voor de apostelen was gereserveerd.

Wij lezen ook over de handoplegging voor de BEDIENINGSGAVEN. In het geval van Paulus en Barnabas heeft de Heilige Geest hen, nadat zij op de Heer hadden gewacht met vasten en bidden, afgezonderd tot een bepaalde arbeid. Handen werden hen opgelegd en zij werden uitgezonden op hun zendingsrels. “En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zeide de Heilige Geest: Zondert MIJ nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij en legden hun de handen op en lieten hen gaan.” (Hand. 13 : 2-3).

Aan Timotheüs was een gave gegeven door de oplegging der handen. “Veronachtzaam de gave in U niet, die U krachtens een profetenwoord geschonken is, onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.” (2 Tim. “Om die reden herinnner ik u er aan de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handopleggIng in u is.” (2 Tim. 1 : 6).
We zien dat in het geval van Timotheüs de gave aan hem werd toegediend op het ogenblik van de handoplegging en vergezeld van een profetie. Later vermaant Paulus Timotheüs de gave aan te wakkeren, die hem op dat ogenblik was gegeven. Het is duidelijk, dat in de handoplegging de mens met God samenwerkt. Paulus waarschuwde Timotheüs “niemand onverijld de handen op te leggen.” 2 Tim. 5 : 22).

Timotheus was een bekeerling van Paulus, stond onder zijn bediening en werkte vele jaren met hem samen. Paulus kende Timotheüs’ verleden en het geloof van zijn moeder en grootmoeder (2 Tim, 1 : 5). Hij wist deze dingen voor hij Timotheüs de handen oplegde.
In Hand. 13 wordt ons verteld van een roeping door de Heilige Geest van Paulus en Barnabas tot een speciale bediening. Bidden en vasten gingen aan deze roeping door de Heilige Geest vooraf en volgden hem. Dan werden hun de handen opgelegd en werden ze uitgezonden. Deze mensen, die uitgingen, waren geen nieuwelingen, maar ervaren werkers.

HET VIJFDE FUNDAMENT

De opstanding der doden.

De opstanding der doden, deze heerlijke gebeurtenis vindt plaats tegelijk met de Wederkomst des Heren. “Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals andere mensen, die geen hoop hebben want indien wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is zal God ook zo hen die ontslapen zijn, door Jezus weder brengen met Hem want dit zeggen wij u met een woord des Heren wij levenden die achtergebleven tot de komst des Heren zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Heer zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, zullen zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht, en zó zullen we altijd met den Here wezen.” (1 Thess. 4 : 13-17).

Jezus zeide hierover in Johannes 5:28-29 “Verwondert U hierover niet, want de ure komt, dat allen die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.”
De volgorde van deze twee opstandingen is onthuld in Openbaring 20. De leer van de opstanding der rechtvaardige doden en de gelijktijdige gebeurtenis, de tweede komst van Christus voor de levende heiligen is een wezenlijk fundament van de leer van Christus. Christus sprak over deze gebeurtenissen in Matth. 24 : 30 e.v. De heerlijke waarheid van de opstanding van de doden werd bevestigd en verzekerd door de onstanding van Jezus Christus. (1 Cor. 15 : 12).

HET ZESDE FUNDAMENT

leer van het eeuwige oordeel.

Deze waarheid is een wezenlijk deel van de leer van Christus. Jezus leerde de werkelijkheid van een eeuwige verdoemenis of oordeel (Mark. 3 : 29 e.v.). Hij sprak van een eeuwig vuur, bereid voor de duivel en zijn engelen (Matth. 25 : 41). Hij sprak van een eeuwige straf voor de slechten (Matth. 25 : 46). Zij, die aan de ernst van deze waarheid afbreuk doen of de eeuwigheid van het oordeel Gods ontkennen zijn van dezelfde geest als Satan, die in de hof van Eden de eerste gnostische leugens vertelde, “Gij zult geenszins sterven,…Uw ogen zullen geopend worden, en gij zult als God zijn kennende goed en kwaad”Gij zult geenszins sterven.” (Gen. 3 : 5).

HET ZEVENDE FUNDAMENT

Voortschrijden tot vervolmaking.

De schrijver van de brief van Hebreeën verklaarde, dat deze zes fundamenten van de leer van Christus nog niet volledig waren. Er was er nog een christenen moeten “voortgaan tot het volkomene.” Niet echter dat iemand reeds volmaakt zou zijn, maar ze moeten verder “aan en het doel in het oog houden.” “Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht. omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt jaag ik naar het doel om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in’ Christus Jezus.” (Phil: 3 : 12-14). Volmaakt zijn we als we geen volharding meer nodig hebben, want volharden moeten we tot het einde. Mat. 10:22 Rom 5:3, Hebr 10:36.

We behoeven het niet reeds verkregen te hebben. Paulus doelde hier op de uitopstanding, maar streven we werkelijk naar de prijs van de hoge roeping in Christus Jezus? Dit is de leer van Christus, want Hij zei zelf: “Weest volmaakt, zoals Uw Vader in de Hemel volmaakt is.” (Matth. 5 : 48). Dat is volmaakt in liefde, dat betekent dat we de fouten van onze mede broeders en zusters niet meer zien, door de band der liefde. Hierbij horen volharding en beproefdheid, dat is sterven aan jezelf en je blijven richten op Jezus.

Gods plan is, dat Hij in het eind een volmaakte Kerk heeft. Dit is de leer van Christus en zij, die leden willen zijn van Zijn Lichaam moeten het geloven en in praktijk brengen. Sommige dingen zien we “als in een duistere spiegel”, maar dit zijn de fundamenten van Christus, die van wezenlijk belang zijn voor de éénheid van het Lichaam. Het zou onmogelijk zijn, om leden te zijn van het Lichaam van Christus en niet te geloven in Zijn leer. Waarlijk, ons wordt gezegd, dat wij diegenen, die deze leer niet brengen niet mogen ontvangen, noch welkom heten.

2 Timotheus 4:3-5;”Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

Blijt gij echter nuchter onder alles,….

“Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer der dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel.” Hebr. 6 : 1-2

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s