Tienden en Melchisedek

Tienden en Melchisedek

Door Shannon Tyleah – Facebook

Er zijn een vele dingen door elkaar gehusselt over het onderwerp van de tienden. Het is duidelijk dat God van ons allen vraagt om elkaar, armen, wezen, weduwen en zieken te ondersteunen en het werk dat God ons opdraagt te doen. Dit heeft wel 1 voorwaarde; het moet vrijwillig zijn.

Wat belangrijk is en het hele punt is over tienden, is dat pastoren vandaag, mensen tienden opleggen. Zij weten heel goed dat tienden niet meer in werking is. Zij weten heel goed dat gaven(geld, donaties) vrijwillig moeten zijn zoals Paulus heeft opgedragen in 2 Korinthiers 8. Het is een kwalijke zaak dat zij dit niet onderwijzen. Waarom niet? Puur strategisch om hun gebouw te financieren en dergelijke, maar vooral het eerste. In plaats te investeren in mensen(levende stenen), investeren ze in (dode)stenen, materieel. Dit is niets anders dan de pad van Kaïn, de eerste bouwer, de eerste die zich van God afkeerde en op een dwaalspoor liep(Nod), de eerste die zijn grootheid, zijn eigen ministry wilde stichten op aarde, weliswaar humanitair, maar van God los. En dat herhaalt zich vandaag gewoon, leiders maken zich meer druk om materieel, dan mensen. Om hun ‘ministry’ te bouwen, en in dat proces wegtrekken van God, dan mensen de juiste pad van Jezus uit te wijzen. Dan mensen helpen hun roeping te vinden, behalve in hun vierkante zaaltje of gebouw. Dat is niet een roeping. Roeping is daar buiten, het dagelijks leven, waar God zichzelf in jou gaat manifesteren. Als we samen komen zoals in Hebreeën 10:24-25 en 1 Kor 14 staat, is het voor de edificatie, vermaning, opbouwen, opscherpen tot liefde van anderen en elkaar. Dat doet er niet toe waar, het is dus een illusie dat wij een gebouw nodig hebben om de kerk van God te zijn. Wij zelf zijn het gebouw, als levende stenen. 1 Petrus 2:5, Hebreen 3:16 & Efezieers 2:20-22.

Wat heel belangrijk is om te begrijpen is dat Melchizidek het beeld was van Christus. De uitspraak: “Abraham gaf Melchizedek de tienden net hoe wij ook de pastoren geven”, bewijst precies de indocterinatie en systeem van pastoren vandaag. Een pastoor staat niet gelijk aan Melchizidek. De bijbel zegt dat Jezus gelijk staat aan Melchizidek. En dat is juist de illusie anno 2015 dat pastoren een bemiddelaar tussen God en de rest van de broeders en zusters zijn. Dit is geheel vals! Een pastoor(in de bijbel benoemt als een bisschop, tijdelijke herder, ouderling, leider), kent geen hogere plaats dan de rest van de broeders en zusters. Het is geen pyramide. Het is alleen Jezus Christus die bemiddelaar is. Er wordt vaak een link benoemd tussen de tempel en de kerk, refererend als een gebouw. Maar wat zegt de bijbel daarover in dit verbond van Christus? WIJ zijn de tempel van Christus geworden, ons lichaam, 1 Kor 6:19 en de kerk zijn de mensen als levende stenen zoals duidelijk in 1 Petrus 5:2 geschreven staat. Wij zijn het lichaam van Christus en HIJ het hoofd. Iedereen is gelijk. De tijd van Mozes en de tempel, tienden, priesters was een schaduw van wat komen zou. Nu zijn we hier en al die pastoren en gemeenten halen het weer terug naar dat oude verbond. Dit stamt weer af van de Rooms Katholieken die het christendom hebben gevormd tot wat het vandaag is, na de eerste kerk in het jaar 300 na Christus. Maar voor hen die alles toetsen en de bijbel grondig lezen, kunnen duidelijk zien dat het nieuwe verbond anders is. Op spiritueel niveau veel grootser en compleet. We dragen allemaal hetzelfde Geest enwie veel ontvangt, en wie de grootste wil zijn, moet de kleinste worden onder ons en anderen dienen. Juist de leiders en niet het nikolaïetische manier. Dit systeem dringt jukken en een volledige onderwerping aan pastors, op. (Openbaring 2:6,14,15) In plaats van de juk van Jezus Christus te nemen, die licht en zacht is.(Matthew 11:29-30)

Hebreeen 5:4-6
Niemand kan hogepriester worden omdat hij dat zelf zo graag wil. Hij moet door God voor dit werk geroepen zijn, net als Aäron. Ook Christus heeft Zichzelf niet uitgekozen om hogepriester te worden. God koos Hem en zei tegen Hem: ‘Jij bent mijn Zoon, Ik heb Je vandaag het leven gegeven.’ Een andere keer zei God tegen Hem: ‘U bent de eeuwige priester, zoals ook Melchisedek mijn priester was.’

Hebreen 5:10
God had Hem immers aangewezen als hogepriester, op dezelfde wijze als Melchisedek.

Hebreen 6:20
Jezus is daar vóór ons binnengegaan om voor ons te pleiten. Hij is voor altijd hogepriester geworden, op dezelfde wijze als Melchisedek.

1 Timotheus 2:5
er is maar één God en er is maar één bemiddelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus,

Hebreeen 3:1-6
Broeders en zusters, God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met ons een hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht richt op Jezus, de apostel van God en de hogepriester van ons geloof. Want Jezus is trouw aan God, die Hem als hogepriester heeft aangesteld, zoals ook Mozes trouw was aan zijn opdracht in het huis van God. Maar Jezus heeft een veel grotere heerlijkheid dan Mozes, zoals een man die een mooi huis bouwt meer eer krijgt dan het huis. Mensen kunnen huizen bouwen, maar God heeft alles gemaakt. Nu deed Mozes zijn werk in het huis van God wel goed, maar hij was toch niet meer dan een knecht, zijn werk was vooral een verwijzing naar wat er later zou gebeuren. Maar Christus, Gods trouwe Zoon, heeft het volledige beheer over het huis van God. En dat huis zijn wij, de christenen, als wij tenminste tot het einde toe volhouden en met blijdschap op de Here blijven vertrouwen.

2 Korinthiers 8:7-15
In alle opzichten bent u een voorbeeld, in geloof, in spreken en kennis, in enthousiasme en liefde voor ons. Blink dan ook uit in vrijgevigheid! Dit is niet bedoeld als een bevel, ik zeg niet dat u het móet doen. Ik vertel u alleen hoe anderen gul hebben bijgedragen. Zo kunt ook u bewijzen dat uw liefde echt is, door het niet bij woorden alleen te laten. U hebt toch de genade van onze Here Jezus Christus leren kennen? Hoewel Hij heel rijk was, werd Hij arm ter wille van u, opdat Hij door arm te zijn u rijk zou maken. … Als u het verlangen hebt om te geven, is het niet belangrijk hoeveel u geeft. God vraagt om wat wij hebben en niet om wat wij niet hebben. Ik bedoel natuurlijk niet dat u anderen zo moet helpen dat u daardoor zelf gebrek gaat lijden. Nee, het is een kwestie van eerlijk delen. Op het ogenblik hebt u meer dan genoeg en kunt u hen uit de nood helpen. Later kunnen zij u eventueel helpen, als het nodig is. Waar het om gaat, is een rechtvaardige verdeling. In de Boeken staat hierover: ‘Wie veel had verzameld, hield niets over, en wie weinig had verzameld, kwam niets tekort.’

Hebreen 7:1-28
Deze Melchisedek was koning van Salem en priester van de Allerhoogste God. Toen Abraham, na de overwinning op vele koningen, naar huis terugkeerde, ontmoette hij Melchisedek en werd door hem gezegend. Daarop gaf Abraham een tiende deel van alles wat hij in de strijd had buitgemaakt aan Melchisedek. De naam Melchisedek betekent ‘Koning van de gerechtigheid.’ Hij is ook koning van de vrede, want Salem betekent vrede. Zijn vader, zijn moeder en zijn gehele afstamming zijn onbekend. We weten niets van het begin of het einde van zijn leven. Hij lijkt op de Zoon van God, hij is en blijft priester voor altijd. Uit het volgende blijkt wel hoe groot deze Melchisedek is. Zelfs Abraham, de eerste voorvader van Gods volk, gaf hem een tiende deel van alles wat hij in de strijd tegen de koningen had buitgemaakt. Als Melchisedek een priester van Israël was geweest, zou dit niet zo vreemd zijn, want later moest Gods volk een tiende van zijn inkomsten geven aan de priesters die tot hun eigen volk behoorden. Maar hoewel Melchisedek niet tot hen behoorde, gaf Abraham hem toch een tiende van de buit. Melchisedek zegende de machtige Abraham, het is duidelijk dat een zegen alleen gegeven wordt door iemand die groter is dan degene die gezegend wordt. Verder is het zo dat in het ene geval de priesters, sterfelijke mensen, een tiende kregen van wat de mensen oogstten of verdienden, terwijl in het andere geval Melchisedek ze kreeg, van wie vermeld staat dat hij altijd blijft leven. Wij zouden zelfs kunnen zeggen dat Levi, de stamvader van alle priesters, in de persoon van Abraham een tiende deel van de buit aan Melchisedek gaf. Levi was toen nog niet geboren, maar het zaad waaruit hij is voortgekomen, was al in Abraham aanwezig toen Melchisedek hem ontmoette. Als wij door de Levitische priesters en hun wetten gered hadden kunnen worden, waarom moest God dan Christus sturen? Een priester als Melchisedek en niet als Levi, Aäron en de andere priesters? Immers als God een nieuw soort priester stuurt, moet zijn wet daarvoor veranderd worden. Wij weten allemaal dat Christus niet bij de priesterstam van Levi hoort, maar bij de stam van Juda, en Mozes heeft niet gezegd dat de mannen van díe stam priester moesten zijn. Het is dus duidelijk dat God een andere weg is ingeslagen. Christus, de nieuwe hogepriester van dezelfde rang als Melchisedek, is geen priester geworden op grond van afstamming, zoals de wet eist, maar op grond van zijn onvergankelijke leven. Van hem staat er geschreven: ‘U bent de eeuwige priester, zoals ook Melchisedek mijn priester was.’ Het oude systeem, waarin men priester werd omdat men tot een bepaalde stam behoorde, is opgeheven omdat het niet werkte. De mensen konden daardoor niet gered worden. Daardoor lukte het niemand om met God in het reine te komen. Maar nu hebben wij een veel betere hoop, want Christus maakt het voor ons met God in orde, zodat wij bij Hem mogen komen. God zwoer dat Christus altijd priester zou zijn, wat Hij nooit van andere priesters heeft gezegd. Alleen tegen Christus zei Hij: ‘De Here heeft een eed afgelegd en zal er nooit van terugkomen: U bent de eeuwige priester.’ Daarom werd Jezus Christus het onderpand van dit nieuwe, betere verbond. Onder het oude verbond moesten er heel veel priesters zijn. Als een oude priester stierf, nam een jongere zijn taak over. Maar Jezus leeft voor altijd en blijft voorgoed priester, zodat er niemand anders nodig is. Hij kan iedereen die door Hem naar God gaat, van de ondergang redden. Omdat Hij altijd zal blijven leven, zal Hij er altijd zijn om onze belangen bij God te behartigen. Daarom is Hij precies de hogepriester die wij nodig hebben: Hij is heilig, onberispelijk en onbesmet, Hij is van de zondaars afgezonderd en heeft de hoogste plaats in de hemelen gekregen. Gewone hogepriesters hebben elke dag het bloed van offerdieren nodig om hun eigen zonden en die van het volk te bedekken. Maar Jezus Christus heeft eens en voorgoed alle zonden uitgewist toen Hij Zichzelf offerde aan het kruis. Onder het oude verbond zondigden.

Wauw, daarom hou ik zo van het woord. Geen spoor van leugen en zo duidelijk.

Thank You Jesus.

God bless

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s