De Leugen van de Tienden

Alle teksten zijn uit de Staten Vertaling

Menig evangelisch-charismatische kerk verwacht van haar leden dat er maandelijks ‘tienden’ worden betaald, doorgaans uitgelegd als 10 procent van het netto inkomen. Wie dat niet doet, berooft God. Maar naar recentelijk bleek uit een kleinschalig onderzoek, lappen gelovigen dit tiendenprincipe massaal aan hun laars. Christenen geven gemiddeld 2,57 procent van hun totale bruto inkomen aan een goed doel. Netto is het percentage giften nog lager: rond de 1,8 procent. Op zich niet echt verwonderlijk. Wie de collectepraatjes over tienden naast de Bijbel legt, is er snel uit. In Amerika zijn zelfs cursussen ontwikkeld om gelovigen te bevrijden van het tiendenjuk.

Matt.23:23-24         Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.

24      Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel (kameel) doorzwelgt.

 

Hier hebben we de enige gelegenheid in het Nieuwe Testament waar onze Heer iemand vertelt om tienden te betalen. Zij die leren dat Christenen tienden moeten betalen verwijzen naar dit vers als bewijs dat onze Here Jezus Christus het van kracht blijven van de Mozaïsche Wetten van Tienden vestigde voor Zijn Kerk. Deze moderne TIENDEN-LERAREN gaan dan door om TIENDEN te definiëren voor hun groeperingen: 10% van alles wat je krijgt.

Deze TIENDEN-LERAREN zijn leugenaars. De volgende feiten zullen aan bod komen in dit artikel.

 

  1. De Mozaïsche Wet van Tienden was nooit 10% van alles wat je krijgt.
  2. De Tempel (nu beschouwd als het kerkgebouw) ontving niet alles van de tienden die werden gegeven door de Israëlieten.
  3. Tienden werden nooit bevolen noch in acht genomen in de vroege kerk.
  4. Tienden als een verbond van voorspoed is alleen effectief voor hen die zoeken gerechtvaardigd te worden door de Wet.
  5. Zij die 10% eisen van alles wat je krijgt, worden vergeleken met de Schriftgeleerden en Farizeeën, die de historische vijanden van Christus waren.

 

De Mozaïsche Wet Van Tienden Was Nooit 10% Van Alles Wat Je Krijgt

 

Deut.14:22             Gij zult getrouwelijk vertienen al het inkomen (Grk: opbrengst, winst, toename) uws zaads, dat elk jaar (Grk: jaar na jaar) van het veld voortkomt.

 

De oude Israëlieten berekenden en betaalden deze tienden maar een keer per jaar, na de oogst. Tijdens het jaar kocht en verkocht hij, verruilde zijn arbeid voor de goederen van andere mensen, en zijn goederen voor het werk van andere mensen; op niets van dit inkomen betaalde hij enige tienden. Het hele jaar lang aten hij en zijn familie van de opbrengst van het land en van het vee. Wat hij consumeerde in de loop van het jaar werd niet bijgehouden en toegevoegd aan zijn totale oogst voor het berekenen van zijn tienden. Als hij ging vissen en tien vissen ving in het midden van het jaar, at hij ze allemaal op; hij spaarde niet een daarvan tot het einde van het jaar om tienden te betalen van zijn vissen. Als hij goud of zilver ontving als een erfenis, was hij niet verplicht tienden te betalen van zijn erfenis. Het is eenvoudigweg belachelijk om voor te stellen dat de Israëlieten verplicht waren zorgvuldige vastleggingen bij te houden van alles wat ze kregen tijdens het jaar, om te verzekeren dat ze precies tien procent betaalden van “alles wat ze kregen” als een tiende.

De Israëliet werd niet bevolen om tienden te geven van alles wat hij verkreeg en gebruikte door het jaar heen, maar enkel van de toename aan het einde van het jaar. Hetzelfde ding is waar bij een bedrijf, in dat een zeker deel van zijn inkomen wordt gebruikt om het operationeel te houden. Het is opmerkelijk hoe de moderne tienden-leraren van de gewone werkende man verwachten dat hij 10% van elke salarisstorting overhandigt voordat zijn rekeningen en belastingen zijn betaald. Terwijl aan de andere kant, als er een rijke man in de kerk is die een groot en bloeiend bedrijf heeft, dan is het die man toegestaan te doen alsof een groot deel van zijn totale inkomen niet onderworpen is aan dezelfde wet. Laat me je er op wijzen hoe belachelijk dit onderscheid is: De bedrijfseigenaar zet zijn eigen bedrijfsauto op naam van het bedrijf en doet zijn betalingen met een bedrijfspas. Hij heeft zijn brandstofpassen op naam van het bedrijf en betaalt deze rekeningen met een bedrijfspas. Zo gaat het ook met zijn verzekeringen. Nadat voor al deze grote operationele uitgaven betaald is, betaalt hij voor zichzelf wat hij maar wil als een salaris aan zichzelf. Van hem wordt slechts verwacht dat hij tienden betaalt over dat laatste salaris.

De gewone man, die een auto nodig heeft om naar zijn werk te rijden, heeft al deze zelfde uitgaven die gedaan moeten worden, maar van hem wordt verwacht dat hij tienden betaalt over zijn totale inkomen VOORDAT hij betaalt voor zijn auto, zijn brandstof en zijn verzekering!

De hypocrisie is duidelijk! Zie je niet dat de gewone werkende man zijn auto nodig heeft om zijn eigen “zaken” te regelen? Het enige verschil tussen de man die werkt voor een salaris en de man die eigenaar is van zijn eigen bedrijf is een stuk papier. De werkende man betaalt een veel hoger percentage van zijn totale inkomen dan de rijke bedrijfseigenaar, die allerlei soorten “aftrekposten” heeft die hij kan aftrekken van zijn totale inkomen, omdat zij WETEN HOE VER ZE KUNNEN GAAN! Het is hypocrisie en verdrukking van de armere mensen in de kerk!

Tienden werden één keer per jaar berekend en betaald in het Hebreeuwse land. Het hele jaar lang at de boer van de opbrengst van zijn land en gebruikte die opbrengst om het bedrijf van zijn boerderij te laten lopen. Aan het einde van zijn oogst werden tienden berekend. De rijke boer, die 20 veehoeders en 20 landwerkers in dienst had, kreeg niet meer “aftrekposten” dan de arme boer die geen personeel had. De jaarlijkse tiende was een eenvoudige berekening van de winst van het veld bij oogsttijd en de totale kudde vee van dat moment. De berekening omvatte niet bepaalde investeringsuitgaven die effectief het bedrag van de tienden verminderden. Bijvoorbeeld: een boer had 70 schapen en 30 schapen werden geboren tijdens het jaar, dus nu heeft hij 100 schapen: maar hij heeft een os nodig om zijn veld te ploegen, dus hij ruilt 30 schapen voor een os. Aan het einde van het jaar betaalt hij tienden over 70 schapen en hij houdt zijn os. De tienden van de veestapel werd altijd berekend aan de hand van de totale kudde op dat moment, maar slechts eenmaal per jaar, en er werd een uitzondering gemaakt voor de armen: Als een man startte met 10 schapen, 3 schapen werden geboren tijdens de loop van het jaar, en hij 4 volwassen schapen opat, heeft hij nu slechts negen schapen. Als hij nog steeds slechts negen schapen had aan het einde van het jaar was hij niet verplicht om een van deze schapen aan de Heer te geven als een tiende, hoewel hij 4 schapen opgegeten had (Lev. 27:32). De Mozaïsche wet van tienden was nooit 10% van alles wat je krijgt.

DE TEMPEL (nu beschouwd als het kerkgebouw) ONTVING NIET ALLE S VAN DE TIENDEN DIE DOOR DE ISRAËLIETEN WERDEN GEGEVEN

 

Num.18:26,28         Gij zult ook tot de Levieten spreken, en tot hen zeggen: Wanneer gij van de kinderen Israels de tienden zult ontvangen hebben, die Ik u voor uw erfenis van henlieden gegeven heb, zo zult gij daarvan een hefoffer des HEEREN offeren, de TIENDEN VAN die tienden;

28      Alzo zult gij ook een hefoffer des HEEREN offeren van al uw tienden, die gij van de kinderen Israels zult hebben ontvangen; en gij zult daarvan des HEEREN hefoffer geven aan den priester Aaron.

 

In feite ontvingen de priesters van de Tempel helemaal geen tienden direct van het volk. Alleen de Levieten mochten deze tienden ontvangen, en zij betaalden de tienden van die tienden aan de priesters. Zo ontvingen de priesters en de tempel dus maar EEN TIENDE van de tienden! Het grootste deel van de ondersteuning van de priesters en de Tempel kwamen van de andere offerandes die onder de wet bevolen waren.

 

Deut.14:23             En voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, ter plaatse, die Hij verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen, zult gij eten de tienden van uw koren, van uw most, en van uw olie, en de eerstgeboortenuwer runderen en uwer schapen; opdat gij den HEERE, uw God, leert vrezen alle dagen.

 

Wie eet de tienden? Niet de Leviet, niet de priester! In Israël werd van elke familie verwacht om eens per jaar naar Jeruzalem te gaan om de Tempel te bezoeken. Sommige van hun tienden werden gebruikt om de kosten van de reis te betalen en zijn mogelijk gebruikt om de andere offerandes te brengen, die apart onder de Wet bevolen waren. Ze aten en dronken van hun eigen tienden! Dit wordt verder bevestigd in de verzen die volgen:

 

Deut.14:24-26         Wanneer dan nog de weg voor u te veel zal zijn, dat gij zulks niet zoudt kunnen heendragen, omdat de plaats te verre van u zal zijn, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te stellen; wanneer de HEERE, uw God, u zal gezegend hebben;

25      Zo maak het tot geld, en bindt het geld in uw hand, en gaat naar de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal;

26      En geeft dat geld voor alles, wat uw ziel gelust, voor runderen en voor schapen, en voor wijn, en voor sterken drank, en voor alles, wat uw ziel van u begeren zal, en eet aldaar voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en weest vrolijk, gij en uw huis.

 

O! Hoe graag zou ik wat tijd nemen voor vers 26 en spreken over de wijn en de sterken drank, die je voor jezelf mocht kopen met de tienden, maar ik bewaar dat voor een andere keer. Laat het voldoende zijn te zeggen dat de tienden werden gebruikt om de familie pelgrimage eens per jaar naar Jeruzalem te financieren. Niet alleen betaalden ze niet tienden van “alles wat ze kregen”, maar ze consumeerden een deel van de tienden zelf!

 

Deut.14:27-29         Maar den Leviet, die in uw poorten is, zult gij niet verlaten; want hij heeft geen deel noch erve met u.

28      Ten einde van drie jaren zult gij voortbrengen alle tienden van uw inkomen, in hetzelve jaar, en gij zult ze wegleggen in uw poorten;

29      Zo zal komen de Leviet, dewijl hij geen deel noch erve met u heeft, en de vreemdeling, en de wees en de weduwe, die in uw poorten zijn, en zullen eten en verzadigd worden; opdat u de HEERE, uw God, zegenein al het werk uwer hand, dat gij doen zult.

 

Tienden in het oude Israël was inkomstenbelasting. Wat ze consumeerden in de loop van het jaar hoefde niet meegenomen te worden in de berekening en eens per drie jaren werd de HELE tiende gegeven aan de plaatselijke Levieten en de arme mensen in hun stad. De Levieten functioneerden als ambtenaren en schoolleraren in de dorpen waar ze woonden, dus de tienden van het derde jaar werd gegeven voor de ondersteuning van de plaatselijke overheid en het financieren van gezondheid, opleiding en welzijn.

Slechts eens per drie jaar staat er dat de HELE tiende weggegeven werd en in dat geval werd NIETS DAARVAN naar de Tempel gebracht: maar naar de Levieten en de arme mensen in hun eigen woonplaatsen. Dit wordt herhaald in Deuteromium26:12 en Amos 4:4 (zie ook Tobit 1:7 in de Apocriefen). Het is erg moeilijk met een precieze serie getallen te komen over wie uiteindelijk hoeveel van de tienden kreeg; maar één ding is zeker: de Tempel in Jeruzalem zamelde niet 10% van het totale inkomen van de mensen in en tenminste 1/3 van de tienden werden gegeven om ondersteuning te geven aan opleiding en arme mensen in hun eigen gemeenschap. Hoe een eerlijk persoon de Mozaïsche Wet van Tienden kan nemen en naar voren brengt dat “10% van alle geld die door je handen gaat behoort aan de lokale kerk” ontgaat mij. Ik kom tot de conclusie dat zij niet oprecht zijn.

De leer van tienden, zoals het wordt geleerd en aangehangen door vele Christenen vandaag de dag is een LEUGEN: het is een maaksel van kerkfunctionarissen die vrezen dat ze niet in staat zijn de liefde en vrijwillige ondersteuning van hun groepering te kunnen winnen en dus hebben ze besloten hun mensen met angst te bewegen tot het overhandigen hun geld. Het kan niet worden gevonden in of worden verdedigd vanuit de Wet van Mozes. Het wordt niet algemeen of eerlijk toegepast op alle kerkleden. Reken er maar op dat elke tiendenleraar in het Christendom de Bijbel doorgeploegd heeft om steun voor hun leer te vinden, en wat ze vonden was niet gunstig voor hun doel. Ze hebben de Bijbel genegeerd en verkeerd geïnterpreteerd en er tegenover jou over gelogen. Zij die een vals getuigenis geven om je geld te krijgen zijn niet minder toerekeningsvatbaar dan zij die weigeren God met hun geld te vertrouwen.

Tienden Werden Nooit Bevolen Noch In Acht Genomen In De Vroege Kerk

2 Cor.9:7               Een iegelijk doe, gelijk hij in zijn hart, voorneemt; niet uit droefheid, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedigen gever lief.

 

Zal iemand me alsjeblieft vertellen waar in het Nieuwe Testament we enigen van de gelovigen kunnen vinden die tienden betalen, of enigen van de Apostelen die om tienden vragen? De brieven staan vol discussies over het geven van ondersteuning aan de predikers, leraren en de armen: maar nergens vraagt een van de Apostelen om tienden of herinnert iemand aan het betalen van tienden. En hoe kan gezegd worden dat een man niet uit nooddwang geeft als hij een WET van tienden gehoorzaamt? Hoe kan gezegd worden dat een man niet uit nooddwang geeft als hij overtuigd is dat hij vervloekt zal worden met armoede als hij er niet in slaagt die tienden te betalen? Zeker, als de Apostel Paulus dacht dat hij geautoriseerd en verplicht was tienden te vragen, dan zou hij dit naar voren gebracht hebben in 1 Corinthiërs hoofdstuk negen, waar hij naar voren brengt dat hij een recht heeft financiële ondersteuning te vragen van degenen waar hij tegen predikt! Waarom herinnert Paulus hen niet dat ze verplicht zijn deze tienden te betalen, en dat hij het recht heeft deze tienden te ontvangen?

Wat betreft de enige keer in het Nieuwe Testament dat onze Heer iemand vertelt tienden te betalen; als dit begrepen moest worden als een gebod aan de Kerk, hoe kan het dan dat dit nooit bevestigd is door een van de Apostelen? Dit zou zeker een eenvoudige manier geweest zijn om het inkomen van de geestelijken te garanderen. Jezus, in Matteüs 23:34, richt zich tot de Farizeeën, niet Zijn eigen discipelen, en Hij noemt de zorg om tienden muggenzifterij. En toch, voor de tiendenverzamelaars van het Afvallige Christendom, IS de muggenziftgerij de kameel.

Ah! Maar ik kan het gekraai horen! Iemand wil me er graag aan herinneren dat Abraham tienden betaalde voor de Wet van Mozes, zodat het een wet voor De Kerk wordt. Laten we eens kijken naar dat verhaal:

 

Heb.7:1-2,4            Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;

2        Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde…

4        Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft uit den buit.

 

In Genesis hoofdstuk 14 gaat Abraham er op uit om zijn neef Lot te redden, die samen met vele anderen was ontvoerd. De ontvoerders hadden de steden Sodom en Gomorra waar Lot woonde geplunderd en waren op de terugweg naar hun eigen steden. Abraham nam 318 dienstknechten met hem mee (hij was dus nogal rijk) en redde Lot’s familie. Hij nam ook van de ontvoerders al de buit die ze hadden bemachtigd tijdens hun rooftochten. Na het herstellen van het persoonlijk eigendom van de inwoners van Sodom gaf hij 10% van de buit aan Melchizedek. Deze keer, en alleen deze keer, wordt ons ooit verteld dat Abraham aan iemand tienden betaalde. Er is geen vermelding dat hij naar huis ging om 10% apart te leggen van de spullen die hij daar had, en iedereen die zijn eigen leger van 318 mensen kon meebrengen was niet arm. Ons wordt nergens verteld dat Abraham ooit opnieuw tienden van zijn inkomen betaalde. Als Abraham een wet voor Christenen over tienden vestigt, dan heb je Abraham nagevolgd als je één keer 10% van één grote meevaller geeft. Het doel van Hebreeën hoofdstuk 7 is niet het vestigen van een wet van tienden, maar om te laten zien hoe Jezus Christus vooraf geschaduwd werd in symbolen en getallen door het Oude Testament.

Maar dan zal iemand zich herinneren dat Jakob zei, van alles, wat Gij mij geven zult, zal ik U voorzeker de tienden geven (Gen. 28:22). We kunnen uit deze woorden veronderstellen dat Jakob, vanaf dat moment, de tienden gaf aan God: maar aan wie gaf hij ze? Hoe gaf hij ze aan God? Er waren geen “geestelijken” in de buurt om deze tienden in te zamelen, en evenmin was er een Tempel om ze naar toe te brengen. Misschien gaf Jakob deze tienden aan de armen; misschien werden ze verbruikt in vuuroffers, maar een ding was zeker: deze tienden kwamen niet terecht in iemands “schatkamer”. Let wel: dit was geen gebod aan Jakob van God, maar een eed gemaakt door Jakob aan God. De oudheid van een gewoonte maakt het niet tot een wet voor De Kerk, want besnijdenis stamt ook van voor De Wet van Mozes (Johannes 7:22, Galaten 5:2). Ik zal op geen enkele manier toegeven aan de LEUGEN VAN TIENDEN; maar sta me toe hier een aanname te doen: dat, omdat onze tijd, moeite, ons werk en onze bezittingen allemaal de praktische tegenhangers van geld zijn, toegewijde Christenen altijd MEER dan 10% zullen geven van alles wat ze hebben en alles wat ze krijgen van God, op een manier die God meet en erkent.

Ik geloof dat die kerkleden die zekerheid ontlenen aan het betalen van tienden er goed aan zouden doen deze woorden van onze Here Jezus Christus te overwegen:

 

Matt. 6:1-4             Hebt acht, dat gij uw aalmoes niet doet voor de mensen, om van hen gezien te worden; anders zo hebt gij geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.

2        Wanneer gij dan aalmoes doet, zo laat voor u niet trompetten, gelijk de geveinsden in de synagogen en op de straten doen, opdat zij van de mensen geeerd mogen worden. Voorwaar zeg Ik u: Zij hebben hun loon weg.

3        Maar als gij aalmoes doetzo laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet;

4        Opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.

 

Vertel me nu eens, hoe kun je je linker hand niet laten weten, wat je rechter doet als je zorgvuldig let op die 10%? Dit is een helder gebod van onze Here Jezus Christus om NIET BIJ TE HOUDEN hoe vrijgevig we zijn geweest aan kerk of liefdadigheid. Dit is ook van toepassing op het bijhouden van je giften voor inkomstenbelasting doelen. Als jouw kerk je dat overzicht geeft aan het eind van het jaar voor al je giften weet jij, en weten zij, precies hoeveel jij gegeven hebt. Dat de Heer de Farizeeën vertelde niet te negeren tienden te betalen is een reflectie van Zijn oordeel over hen: dat zij niet tot Zijn schapen behoorden. Het was karakteristiek van onze Heer om de eigen gerechtigheid in hun werken aan te moedigen, en zelfs het vereiste te verhogen, zodat hen duidelijk werd dat ze niet rechtvaardig werden door deze werken.

Aan iedereen die de vraag durft te stellen: Hoeveel moet ik dan geven? Er is maar één antwoord: ALLES. Jezus zei:

 

Lukas 14:33            Alzo dan een iegelijk van u, die niet verlaat alles, wat hij heeft, die kan Mijn discipel niet zijn.

 

In het 18e hoofdstuk van Lukas vraagt een rijke man de Heer wat hij moet doen om eeuwig leven te beërven. De Heer vertelt hem om de geboden te bewaren. Wanneer deze man de Heer voorhoudt dat hij al alle van de geboden gehouden heeft (en dit moet inclusief tienden zijn) en er nog steeds iets ontbreekt, zegt Jezus tot hem: verkoop ALLES, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij (Lukas 18:22). De man kan hier niet mee omgaan en gaat weg met spijt in zijn hart. Wat geld betreft, was het betalen van tienden niet genoeg voor deze man om gerechtvaardigd te worden met betrekking tot zijn geld. Aan iedereen die moet vragen, “Hoeveel moet ik opgeven?”, is het antwoord nu en is altijd al geweest: verkoop ALLES wat gij hebt.

Het enige patroon over hoe veel te geven in het Nieuwe Testament is in het 5e hoofdstuk van het Boek Handelingen. Daar gaven ze alles wat ze hadden: en toen Ananias en Saphira beweerden alles gegeven te hebben, terwijl zij in feite slechts een deel gaven, vielen ze ter plekke dood neer vanwege het liegen tegen de Heilige Geest.

Uiteindelijk is het betalen van tienden enkel een makkelijke manier om af te komen van wat het betekent om alles te VERLATEN. Bekijk eens hoe Jezus al Zijn discipelen beveelt te verkopen en weg te geven:

 

Lukas 12:33            Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.

 

Kun jij het me vertellen? Hoe komt het dat mensen die zich Christen noemen durven te denken dat als ze tienden hebben betaald dat ze aan de vereiste voor discipelschap voldaan hebben? Is het niet slechts een manier om te vermijden onder ogen te zien wat het uiteindelijk betekent om alles te verlaten?

Ik wil hier een moment voor nemen om er zeker van te zijn dat je me begrijpt. Ik ga niet andermans geld tellen. Enkel omdat een man bij machte is veel geld uit te geven, betekent niet dat hij niet alles opgegeven heeft voor Christus. Zodra een mens alles heeft verlaten voor Christus kan de Heer besluiten hem een beheerder te laten zijn over Zijn geld. Een mens die voortdurend alles verlaat, kan ook continu voorspoedig zijn. Deze vraag: “Heb je alles opgegeven voor Christus?” kan enkel beantwoord worden door jou en Christus. Ik geef geen oordelen wat betreft hoe welvarend iemand anders is. Het is niet mijn zaak te oordelen hoe veel geld de Heer een ander mens geeft. Het is ook jouw zaak niet. Wat jouw zaak is, is het met onze Heer eens te worden over je eigen leven en je eigen geld. Als je liegt tegen jezelf over wat vereist is om de discipel van de Heer te worden dan weet Hij dat EN JIJ OOK!

 

Tienden Als Een Verbond Van Welvaart Is Alleen Effectief Voor Hen Die Zoeken Gerechtvaardigd Te Worden Door De Wet

 

Lukas 17:10            Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.

 

Er zijn maar 3 redenen waarom iemand de leer van tienden zou onderschrijven zoals die vandaag de dag door het Afvallig Christendom wordt onderwezen. Deze zijn:

 

  1. Ze zijn in een staat van geestelijke onvolwassenheid en onwetendheid. Er moet enige toegeeflijkheid zijn voor degenen die zich gedrongen voelen tienden te betalen, want ze zijn onderworpen aan een meedogenloze tirade van waarschuwingen en beloften door hen die deze tienden willen ophalen. Als zij God vrezen en beven voor Zijn woord (Jesaja 66:2) zullen ze zelf in de Bijbel kijken en de waarheid vroeger of later zien.
  2. Ze denken dat ze God “Zijn deel” betalen zodat ze kunnen doen wat ze willen met de rest van hun geld. Ze worden ook goedgekeurd door hun gelijken.
  3. Ze geloven dat het betalen van tienden is als het investeren van geld op een bankrekening of de aandelenmarkt. Ze verwachten voorspoed van God te ontvangen voor het betalen van tienden. Vaak genoeg ontvangen ze voorspoed, zodat de leer van voorspoed door tienden geloofwaardig lijkt.

 

Zij die een leer van tienden voor Christenen leren, zullen vaak de beloften van voorspoed uit het Oude Testament naar voren brengen. Het meest populaire vers dat gebruikt wordt om de leer van tienden voor voorspoed te onderbouwen is Maleachi 3:10. Laten we dit belangrijke vers eens nader bekijken.

 

Mal.3:10                Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.

 

Er is geen twijfel over! Dit vers zegt dat als je trouw je tienden betaalt, dat je gezegend zult worden. Het probleem is dat je niet kunt kiezen welke Oudtestamentische wetten je wil aanhangen en welke je wil negeren. Dezelfde beloften zitten ook aan andere wetten (Deut. 12:28, 28:1-6, Lev. 26:3-6).

Zodra je jezelf bind aan enige belofte die verbonden is met gehoorzaamheid aan de Wet ben je het verbond van de Wet binnengegaan.

 

Jak. 2:10               Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.

 

Maar deze tienden leraren denken te leren dat je de hele wet kunt negeren, en hem in een kunt gehoorzamen! Tienden was een onderdeel van de maatschappelijke wetten die de natie Israël regeerden. Alleen de Levieten was toegestaan de tienden te verzamelen. Tienden waren geen deel van de Tien Geboden, wordt nergens bevolen aan De Kerk en werd niet geleerd noch gepraktiseerd in het Christendom tot laat in de 6e eeuw. Tienden zijn een onderdeel van God’s verbond met alleen de Joden.

 

Jer.31:31-32           Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;

32      Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb

 

Heb.8:7-8,13          Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest.

8        Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;

13      Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.

 

Wij, die beweren Christenen te zijn, hebben een NIEUW VERBOND. Voor Christenen is de oude overeenkomst voorbij. Jezus zei, De wet en de profeten zijn tot op Johannes (Lukas 16:16). Met andere woorden: het verbond van De Wet, zoals dat bevestigd was door de profeten, eindigde bij de verschijning van Johannes de Doper.

 

Gal.5:4                  Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.

 

Ik weet dat de tienden leraren en tienden betalers niet zullen ZEGGEN dat ze door de wet gerechtvaardigd zijn en zullen volhouden dat hun geloof in Christus is. Echter, de Apostel Paulus zegt dat elke poging om gerechtvaardigd te worden in een punt van de wet, betekent dat je van de genade vervallen bent. Besnijdenis is het onderwerp in Galaten hoofdstuk 5, maar besnijdenis is enkel een deel van die ENE WET. De tienden betaler probeert zichzelf te rechtvaardigen op dit ene stuk: dat hij God “Zijn deel” gegeven heeft en zo gerechtvaardigd is door gehoorzaamheid aan de wet in deze ene zaak. Het is niet anders dan zij die er op stonden besneden te worden! Ze stonden niet op een volledige terugkeer naar de gehele wet van Mozes; enkel dit ene punt. De Apostel Paulus zegt:

 

Gal.5:3                  En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.

 

En zo is het met de betaler van tienden die zijn daden rechtvaardigt op basis van het Oude Verbond. Hij is VAN DE GENADE VERVALLEN. Hoor dit opnieuw:

 

Gal.3:10                Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

 

Je kunt eenvoudigweg niet het Oude Testament binnenglippen  en menen er één regel uit te nemen om voordeel van te hebben. Je bent onder den vloek als je dat doet en je kunt maar beter ook volmaakt de rest van de wet vervullen, of je zultvervloekt eindigen. Dit is geen geringe zaak voor God. Luister naar de Apostel Paulus:

 

Fil.3:8-9                 Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.

9        En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheiddie uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;

 

Wat je telt als je rechtvaardigheid, is dat waar je vertrouwen ten opzichte van God aan ontleent. Als je het gevoel hebt dat je het vraagstuk geld hebt geregeld met God door tienden te betalen, ben je onder den vloek gekomen: je hebt je eigen rechtvaardigheid. Bij de echte en gehoorzame discipel van onze Heer Jezus Christus is het zo dat zijn linker hand niet weet, wat zijn rechter doet (Matt. 6:3) als het gaat om geven. Hij weet ook dat als hij niet alles verlaat, wat hij heeft, hij Jezus’ discipel NIET KAN zijn (Lukas 14:33). Hij is op geen enkele manier gerechtigd tot egoïstisch en persoonlijk gebruik van de rest van zijn geld enkel omdat hij God Zijn “deel” betaald heeft.

Laten we eens kijken naar de betekenis van Lukas 17:10, waar onze Heer ons vertelt dat nadat we gedaan zullen hebben al hetgeen ons bevolen is, we horen te zeggen dat we onnutte dienstknechten zijn.. Met enkel deze uitspraak heeft onze Heer ons elke illusie ontnomen die we kunnen hebben over God die ons iets schuldig zou zijn, omdat we deden wat we meenden dat onze plicht was in de een of andere kleine en enkele zaak. Elk idee dat God ons voorspoed schuldig is in ruil voor tienden wordt totaal verworpen door één uitspraak van de Apostel Paulus:

 

Rom.11:35             Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden?

 

Deze uitspraak veroordeelt niet alleen tienden in ruil voor voorspoed, maar elke andere leer van “geef aan mij en God zal aan jou geven” die de valse profeten van het Afvallig Christendom zo graag naar voren brengen. Ik heb ze zelfs horen “profeteren” dat bepaalde hoeveelheden geld zouden komen naar degenen die geloftes doen! O, het misbruik! De schande die gebracht wordt over de naam van Onze Heer vanwege deze inhalige mensen en hun slechte, leugenachtige leringen! Luister opnieuw naar de Apostel Paulus:

 

1 Tim.6:7-10          Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.

8        Maar als wij voedsel en deksel (kleding) hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.

9        Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.

10      Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.

 

Nu weten we dat bij God alle dingen mogelijk zijn (Matt. 19:24-26) en er zullen mannen en vrouwen zijn in de hemel die erg rijk waren toen ze “ontsliepen in Jezus”, maar deze mensen zijn de uitzondering. Het is niet erg makkelijk voor eenkameel om door het oog van een naald te gaan. Ik vond het boeiend dat het Hebreeuwse woord voor kameel het Aramese woord voor TOUW is. De oudste volledige Bijbel in het bezit van een mens is de Aramese Peshitta van 200 AD. In deze Bijbel zegt Jezus: het is makkelijker voor een touw om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. Of we het nu hebben over een kleine opening in de muur van Jeruzalem of het oog van een echte naald, de betekenis is hetzelfde.

Je zult je herinneren dat ik eerder gezegd heb, dat velen die tienden betalen er voor door God beloond schijnen te worden. Hier twijfel ik niet aan, maar denk hier eens aan: (en ik waag te zeggen dat dit als een verrassing voor de meesten van jullie zal komen) eeuwige redding en eeuwig leven worden NOOIT aangeboden in de Wet van Mozes als een beloning voor het gehoorzamen van die wet. Elke belofte die een beloning voor het gehoorzamen van De Wet van Mozes belooft, gaat ENKEL over TIJDELIJKE zekerheden en voorspoed. Jezus zei: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan (Matt. 5:20). Het woord dat hier vertaald is met overvloediger betekent niet “meer dan”, maar “beter dan”. Jezus is de Middelaar van een BETER verbond, hetwelk in BETERE beloftenissen bevestigd is (Heb. 8:6).; maar de Wet van Mozes heeft de belofte van lang leven, goede gezondheid, voorspoed en macht over alle vijanden voor hen die haar zullen gehoorzamen (Deut. 28:1-13). De beloften van het Nieuwe Testament omvatten de meeste van deze dingen, maar ze worden aangeboden als een beloning voor GELOOF en ZE OMVATTEN OOK HET EEUWIGE LEVEN.

De rechtvaardigheid die iemand doordrenkt met eeuwig leven is van een andere kwaliteit dan die welke te krijgen was door een bepaalde relatieve prestatie van De Wet van Mozes. Zij die hun zekerheid ontlenen aan een bepaalde relatieve uitvoering van De Wet van Mozes zijn van de genade vervallen en zij zullen uiteindelijk geoordeeld worden naar gelang hoe goed zij de Mozaïsche Wet van Tienden gehoorzaamd hebben, EN de andere 612 wetten. God gebruikt deze tiendengevers om zijn werk op de aarde te ondersteunen en hij beloont hen volgens de Mozaïsche belofte, maar uiteindelijk beschouwt Hij deze mensen als vreemden. Dat dit het geval is wordt geïllustreerd door een specifiek voorval in het leven van onze Here Jezus Christus, wanneer Hij wordt gevraagd naar de tempelbelasting.

 

Matt.17:24-27         En als zij te Kapernaum ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen (hoofdgeld, belasting) ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet?

25      Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?

26      Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.

27      Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.

 

Nu zal elke referentie Bijbel, die vandaag de dag te krijgen is, je vertellen dat het woord didrachmen hier halve shekel betekent, en geeft je Exodus 30:13 en 38:26 als verwijzing naar deze praktijk. Het was een hoofdelijke belasting die werd geheven van de bevolking voor de ondersteuning van de Tempel. Jezus vleit hen niet door het priesterschap de koningen der aarde te noemen. Zodra onze Heer verscheen en zij van Hem wisten, waren hun ambten niet langer de hemelse hiërarchie. Onze Heer zei expliciet dat in Zijn Kerk geen van de leiders als de koningen der aarde zouden moeten zijn (Lukas 22:25-27).

Door de woorden Zo zijn dan de zonen vrij bevrijdt onze Heer al Zijn discipelen van de verplichting om enige vorm van belasting, tienden of vast bedrag op regelmatige basis te betalen aan het onderhoud van Zijn Koninkrijk.

Deze bijdrage, zegt onze Heer door in te stemmen met Petrus, wordt genomen van vreemden. De term vreemden in de Hebreeuwse manier van uitdrukken betekent altijd hen die buiten Gods verbond zijn. En zo zal het vervuld worden dat het vermogen des zondaars voor den rechtvaardige is weggelegd (Spreuken 13:22).

Sommigen van de tiendeninzamelaars van het Afvallige Christendom zijn zo belust op hun winst dat ze zich zullen vasthouden aan de woorden opdat wij hun geen aanstoot geven, die werden uitgesproken door onze Heer, als hun laatste poging te bewijzen dat je eenvoudigweg die TIENDEN MOET BETALEN. Ik wil ze zelfs daar niet mee weg laten komen. Door te zeggen opdat wij hun geen aanstoot geven, ontkent Jezus dat de tempelbelasting van een halve shekel bindend is voor Zijn discipelen. Onze Heer weigerde niet te betalen, maar Hij bedreigt die tempelbelasting met verachting door Petrus te zeggen te gaan vissen en de eerste vis die Petrus vangt het exacte bedrag aan geld in zijn mond heeft, die nodig was om de Tempel belasting voor hen beiden te betalen. Er is ook geen vastlegging, waarin onze Heer enige tienden betaalt, na de aanvang van Zijn openbare bediening. Soms moeten de echte discipelen van onze Here Jezus Christus een tijdelijke concessie doen aan de Schriftgeleerden en Farizeeën ten behoeve van hun imago, maar als dit noodzakelijk is, zal de Heer zorgen voor dat geld op een manier die je feitelijk niet werkelijk iets kost.

In feite is het zo dat het doorgaan van de tiendenleraren van het Afvallig Christendom te jagen en rondneuzen naar elk en ieder excuus om je te verplichten die tienden te betalen, aangeeft dat zij de Farizeeën ZIJN van Mattheüs 23:23-24.

 

Zij Die 10% Eisen Van Alles Dat Je Krijgt Worden Geïdentificeerd Met De Schriftgeleerden En Farizeeën, Die De Historische Vijanden Van Christus Waren

 

Matt.23:1-3            Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,

2        Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes;

3        Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.

 

Ik was eens geïnteresseerd in het lid worden van een kerk die ik enkele keren had bezocht, dus ik ging de voorganger bezoeken. Hij presenteerde me een kerkelijke geloofsbelijdenis die ik verondersteld werd te lezen, er mee in te stemmen en te tekenen. Dit was vele jaren geleden, en ik geloof nu dat “geloofsbelijdenissen”, die veronderstelde samenvattingen van het Christelijk Geloof zijn, altijd iets toevoegen aan of wegnemen van Het Woord van God. In die tijd echter had ik meer twijfels dan overtuigingen over vele dingen. Ik had geen moeite in te stemmen met alles in die kerkgeloofsbelijdenis behalve het artikel dat stelde dat “God heeft opgedragen, door de Heilige Schriften, dat tienden betalen de plicht is van elke Christen voor de ondersteuning van het werk van de Kerk, en dat deze tiende werd berekend ten opzichte van mijn inkomen vóór belastingen”. Zo nederig als ik kon, vroeg ik toestemming om mijn zaak te verdedigen dat tienden betalen niet 10% was van alles dat je krijgt, en niet werd bevolen aan de kerk. De voorganger was bereidwillig, dus ik liet hem alles zien dat je hebt gezien in dit artikel. Uiteindelijk gaf hij toe dat het niet mogelijk was om de leer van tienden in zijn kerkgeloofsbelijdenis uit de Bijbel te halen; MAAR hij hield vol dat de Heer hem vertelde dat als iemand lid wilde zijn van die kerk, zij in moesten stemmen tienden te betalen. Ik stemde er met hem mee in dat hij als voorganger het recht had die voorwaarde te stellen. Ik stemde er ook mee in tienden te betalen, maar alleen als hij het artikel over tienden zou herschrijven in de geloofsbelijdenis zodat het duidelijk zei dat de eis van tienden voor het kerklidmaatschap tot hem kwam door openbaring en niet uit de Heilige Schriften. Hij wees me er vriendelijk maar dringend op dat er nog vele andere kerken in die plaats waren en dat ik ergens anders gelukkiger zou zijn.

Omdat het alleen de Levieten toegestaan was tienden te heffen, en Mozes van de stam der Levieten was, veronderstelde deze voorganger op Mozes’ stoel te zitten. In de tijd van onze Heer was er slechts één “officieel” kerkgebouw in Israël: de Tempel in Jeruzalem. De moderne tiendenleraar maakt zijn eigen kerkgebouw tot het praktische evenbeeld van de Tempel van God en veronderstelt op den stoel van Mozes te zitten. Als ik in zijn “tempel” wil komen, ben ik verplicht te doen al wat zij mij zeggen te houden en te doen. Maar denk er aan dat God niet langer woont in tempelen met handen gemaakt (Hand. 7:48). Als je jezelf hebt verbonden aan iemand die op den stoel van Mozes zit, dan moet je tienden betalen. Er zijn bepaalde onkosten om het gebouw, de staf en al het andere waarin voorzien wordt te onderhouden. Zij, de mensen van die kerk, hebben het recht een klein beetje hulp te verwachten van ieder die wil delen in het gebruik van hun faciliteiten. Je hebt niet het recht gebruik te maken van hun programma’s, hun diensten of hun sociale functies, tenzij je iets doet om te helpen bij te dragen in de kosten. In de Middeleeuwse Katholieke Kerk, en in vele moderne Joodse Synagogen, “huur” je jouw eigen stoel of plaats voor zoveel per jaar. Ik vind deze praktijk minder bezwaarlijk dan de valse leer van tienden die gebruikt wordt in het moderne Afvallige Christendom vandaag de dag. Het huur-een-plaats idee is eerlijker en vestigt geen valse leer. Het grote verschil tussen de Farizeeën van het Oude Israël en de Farizeeën van het Afvallig Christendom is dit:

 

Handelingen 17:24-25          De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;

25      En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven, en den adem, en alle dingen geeft;

 

De Apostel Paulus, die dit predikte vanaf de Areopagus in Athene, hoorde dit uitgesproken worden door de diaken Stefanus voor het Sanhedrin in Handelingen 7:48. Deze uitspraak, de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt, deed Stefanus vermoord worden, want de religieuze leiders die hem terechtstelden wisten wat zo’n uitspraak kon betekenen voor hun positie en invloed. Paulus was een getuige van Stefanus’ berechting en executie, en was gedrongen deze uitspraak zelf te gebruiken in zijn eigen bediening.

Voordat onze Heer ten tonele verscheen, was de Tempel het fysieke centrum van God’s autoriteit op de aarde. Jezus zei tegen de Farizeeën: Ziet, uw huis wordt u woest gelaten (Matt. 23:38). Sinds die tijd heeft God geen “tempelen met handen gemaakt” op de aarde. Je bent geen trouw verschuldigd aan enig kerkgebouw, tenzij je persoonlijk daar geplaatst wordt door de Heilige Geest. Je kunt vertrekken of weigeren te komen wanneer je maar wil. De Heer behoeft niet langer een gebouw, of glas-in-lood ramen of marmeren altaren voor Zijn glorie. Dit zijn allemaal dingen die je wel of niet kunt hebben als je bereid bent er voor te betalen. Deze versieringen zijn voor jou, niet voor God.

Iedereen die tienden eist heeft zichzelf op den stoel van Mozes gezeten, en de Heer vertelt ons wie het zijn die daar zitten: de Schriftgeleerden en de Farizeeën. Ze ziften nog steeds de mug en doorzwelgen de kameel (Matt. 23:23-24). Wat hen slechter maakt dan de Farizeeën in de tijd van onze Heer is dat ze durven te beweren dat hun kerkgebouw het praktische evenbeeld is van de Joodse Tempel! En trouwens, het huis waar Mozes zetelde, wordt nu woest genoemd (God is daar niet).

Laat ons tenslotte kijken naar de enige persoon in de Bijbel die 10% eiste van alles wat je kreeg: Koning Saul.

 

1 Sam.8:15,17        En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.

17      Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.

 

Merk op dat in deze verzen niet gesproken wordt over de vermeerdering. Saul zal 10% nemen van alles wat je hebt of krijgt (en nog veel meer, lees het hele hoofdstuk). Luister naar wat de Heer zei over Koning Saul:

 

1 Sam.8:18            Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.

 

En waarom is het dat deze mensen bereid waren al de misbruiken van Koning Saul te verdragen?

 

1 Sam.8:7              Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u (Samuel) niet verworpen, maar zij hebben Mij  (God) verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.

 

Zij zullen het doen met hun Koning Saul en hem zijn tienden betalen, omdat het makkelijker is dat te doen, dan te worstelen met deze woorden van Jezus Christus: verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij (Lukas 18:22).

 

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s